Black Gold - Or Noir

Productiejaar: 
2011
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
25/01/2012
Verdeler: 
Starway Film Distribution
Speelduur: 
129 minuten
Filmgenre: 
Actie
Regisseur: 
Jean-Jacques Annaud
Producent: 
Ben Ammar
Tahar Rahim
/  
Auda
Mark Strong
/  
Amar
/  
Nesib
Freida Pinto
/  
Leyla

Met veel zijn ze niet meer, regisseurs van de zogenaamde 'oude stempel'. Vakmannen die lak hebben aan moderne trends, en met hun camera, cast en omvangrijke crew een locatie inpalmen om daar met jongensachtig enthousiasme een film te draaien, terwijl spektakel in grote neonletters op hun voorhoofd staat. Raoul Walsh, Michael Curtiz, David Lean … god hebbe hun ziel, wij hun nalatenschap.

Eentje die gelukkig wel nog tot het rijk der levenden behoort, is de Fransman Jean-Jacques Annaud die met onder meer “Le guerre du feu”, “The Name Of The Rose”, “L’ours” en “Two Brothers” bewees een boon te hebben voor grootschalige actie en authentieke locaties. 68 is Annaud inmiddels, en met “Black Gold” bewijst hij het métier nog in de vingers te hebben. In deze boeiende actie-/avonturenprent, gebaseerd op de roman “South Of The Heart” van Hans Ruesch uit 1957, ontvouwt Annaud het (fictieve) verhaal van rivaliserende stammen in Arabië die door de ontdekking van olie in hun gebied langzaam aan zwichten voor het Westers kapitalisme.

In Arabië strijden in de jaren dertig van de vorige eeuw verscheidene stammen, sjeiks en sultans voor de dominantie over hun woestijnbiotoop. Twee strijdvaardige heren blijken aan elkaar gewaagd: aan de ene kant Nesib Antonio Banderas), aan de andere Amar (Mark Strong). Na een uitputtende veldslag mag Nesib zich samen met de stammen die zich bij hem aansloten overwinnaar noemen. De gevolgen voor Amar zijn desastreus: zo is hij verplicht om zijn twee zonen door Nesib te laten opvoeden. Hij stuurt zijn zonen Salah (de stoere krijger in wording) en Auda (de boekenwurm) mee met Nesib, die belooft de twee jongens op te voeden als waren het zijn eigen zonen. Wat hij ook doet, en een paar jaar later zijn Saleh en Auda inderdaad uitgegroeid tot respectievelijk een atletische krijger (met havik) en de verantwoordelijke van de bibliotheek. Rond die tijd strijken een paar kapitaalkrachtige Amerikanen neer in Nesibs grondgebied. Die weten hem te vertellen dat zijn grond uitpuilt van olie, en dat hij met die olie heel rijk kan worden en de volledige regio kan laten floreren. Probleem is dat de olie zich in de 'yellow belt' bevindt, een strook niemandsland waarvan Nesib aan Amar beloofde dat die altijd neutraal zal blijven. Door het gebied te ontginnen, verklaart hij stilzwijgend opnieuw de oorlog aan Amar. Kuiperijen, politieke spelletjes en heel veel veldslagen zijn het ietwat onvermijdelijke gevolg, en prins Auda (vlot vertolkt door Tahar Rahim uit “Un Prophéte”) ziet zichzelf in het midden van het spervuur daar hij inmiddels met Nesibs dochter Leyla (Freida Pinto) in de huwelijkstent is gestapt. En hij dus zal moeten kiezen tussen zijn natuurlijke vader en de liefde van zijn leven.

“Black Gold” is geproduceerd door Tarak Ben Ammar, een in Tunesië geboren producent die eveneens eigenaar is van de Franse productiefirma Quinta Communications, en een strategische overeenkomst heeft lopen met de broertjes Weinstein. Een vette vis dus, die al heel wat jaren actief is in de filmwereld: hij superviseerde “Life Of Brian” tijdens de opnames in Tunesië en was producent van onder meer Franco Zeffirelli’s “La Traviata” (1981), Roman Polanski’s superflop “Pirates” (1986), Brian De Palma’s “Femme Fatale” (2002) en “Hannibal Rising” (2007). Hij was ook de man achter Michael Jacksons “HIStory World Tour” en was de enige die het in Frankrijk aandurfde om Mel Gibsons “The Passion Of The Christ” te distribueren in 2004. Een man die het gewend is om risico’s te nemen dus, en die met “Black Gold” misschien wel met de grootste uitdaging in zijn leven werd geconfronteerd toen tijdens de opnames in Tunesië begin 2011 de Jasmijnrevolutie uitbrak en de president er werd verjaagd. Een tumultueuze burgeropstand die uiteindelijk geen gevolgen had voor het draaischema van “Black Gold”, maar dat het voor een aparte sfeer zorgde op de set laat zich raden. Behalve in Tunesië werd de prent voor een groot deel opgenomen in Qatar trouwens. Meer zelfs, Annauds film is meteen Qatars eerste internationale coproductie.

Volledig waterdicht is “Black Gold” niet: de karakters neigen naar het stereotiepe, sommige situaties worden vrij karikaturaal neergezet en er zijn nogal wat plot- en tijdlijngaten, maar deze tegenkantingen vegen we met graagte onder het zandtapijt. Annaud serveert immers eens te maar grootschalig escapisme dat zowaar ook nog eens geschiedkundig interessant is. Waardoor “Black Gold” zich makkelijk laat vergelijken met de grote epen zoals Hollywood die in de jaren zestig met dozijnen tegelijk produceerde. Het resultaat is misschien wel de meest oubollige film die dit jaar in de bioscopen zal neerstrijken, en daarom alleen al een tripje richting grote scherm meer dan waard. Zeker voor wie bovendien altijd al eens een veldslag tussen tanks en kamelen heeft willen zien.

Alex De Rouck