Bridge Of Spies

Productiejaar: 
2015
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
02/12/2015
Verdeler: 
20th Century Fox
Speelduur: 
135 minuten
Filmgenre: 
Thriller
Regisseur: 
Steven Spielberg
Producent: 
Steven Spielberg
Marc Platt
Kristie Macosko Krieger
/  
James Donovan
Amy Ryan
/  
Mary
Mark Rylance
/  
Rudolf Abel
Scott Shepherd
/  
Hoffman
Sebastian Koch
/  
Vogel
Alan Alda
/  
Thomas Watters
Austin Stowell
/  
Francis Gary Powers
Mikhail Gorevoy
/  
Schischkin
Will Rogers
/  
Fredrick Pryor
Eve Hewson
/  
Carol Donovan
Peter McRobbie
Billy Magnussen
Sawyer Barth
Domenick Lombardozzi
Michael Gaston

Eat your heart out, Beaujolais. Le nouveau Spielberg est arrivé. En het is een grand cru. Niet op het escapistisch niveau van Indiana Jones, maar eerder op het platform van ’s mans historische thrillers en drama’s. Een mix van elementen waar hij zich al eerder aan waagde in pakweg “Munich” en “Saving Private Ryan”. Voor zover het zin heeft om met drie titels te zwaaien uit een imposant oeuvre waar naslagwerken en –schermen over vol te schrijven zijn. Hoe dan ook: “Bridge Of Spies” is een volwassen Spielberg. En uitgerust met een cinematografische souplesse om duimen, vingers, levenslijnen en handpalmkussens bij af te likken. Het strafst van al is dat Spielberg dit effect bereikt zonder overvloedig met zijn talent te strooien: dit is een film die eerder onder- dan overgeregisseerd lijkt, en net daar zijn kracht uit haalt.

“Bridge Of Spies” is gebaseerd op ware feiten. De personages en de gebeurtenissen zijn relatief onbekend, wat er alvast voor zorgt dat deze prent geen hoog déjà-vugehalte bezit. Niet de zoveelste hervertelling van een bekend gegeven dus, maar – voor de overgrote goegemeente althans – iets helemaal nieuws. Toch was er in de jaren zestig al sprake van een film rond James Donovan. Gregory Peck was toen zeer geïnteresseerd om hem te vertolken, en Alec Guinness was reeds benaderd voor de rol van Rudolf Abel. Uiteindelijk ging dat project niet door. Waarschijnlijk omdat de koude oorlog en de naweeën van de Cubacrisis in de jaren zestig net die tikkel te controversieel waren, en daar kon zelfs de supersterallure van Gregory Peck weinig aan veranderen. Maar kijk: uiteindelijk is het er toch van gekomen. Op initiatief van scenarist Matt Charman. Die schreef een aantal jaar terug een script gebaseerd op Donovans leven en hij stuurde dat naar nagenoeg elke Hollywoodstudio. In die optiek passeerde het ook de handen van Spielberg en die wist quasi direct dat hij de materie voor de opvolger van “Lincoln” had gevonden.

In volle koude oorlog - denk eind jaren vijftig, begin jaren zestig en je zit er kloef op - neemt advocaat James Donovan Tom Hanks, in zijn vierde acteur/regisseur- samenwerking met Spielberg) de verdediging op zich van Rudolf Abel (Mark Rylance), een door de Amerikaanse overheidsdiensten gearresteerde Russische spion. Niet een zaak waar Donovan zit op te wachten – zijn expertiseveld is dat van verzekeringen. Toch neemt hij de opdracht aan: enerzijds omdat hij weinig keuze heeft, anderzijds omdat het goed op zijn cv staat. Waar trouwens ook al het proces van Nurenberg opstaat, waar hij een van de openbare aanklagers was. Donovan merkt snel dat de rechter de zaak vooral symbolisch ziet: duidelijk geen haar op zijn hoofd dat eraan denkt om Abel vrij te spreken. Donovan zelf krijgt echter sympathie voor de teruggetrokken Rus: zeker als hij merkt dat zijn rechten als individu tijdens zijn arrestatie zijn geschonden. Abel wordt toch schuldig verklaard, maar niet ter dood veroordeeld. Een van Donovans overtuigende punten: “misschien hebben we hem nog eens nodig”. En jawel hoor: wanneer de Amerikaanse piloot Francis Powers een tijd later met zijn V2-spionnenvliegtuig door de KGB wordt neergehaald boven Russisch grondgebied, krijgt Donovan de opdracht om in hartje Berlijn een transactie op poten te zetten om beide mannen te ruilen.

Meer moet dat niet zijn voor een spannende spionagethriller waarin Spielberg een paar intense nagelbijters heeft verstopt. Tegelijk is dit bij vlagen een opvallend luchtige film, met dank aan Joel en Ethan Coen die het originele scenario van Charman een polijstbeurt gaven zonder aan de plotmachinaties te raken. Zo is Hanks’ openingsdialoog bijvoorbeeld volledig ontsproten uit het creatieve en dialooggevoelige brein van beide broers. Tom Hanks bewijst met zijn stevige vertolking eens te meer de Gary Cooper en James Stewart (en Gregory Peck) van zijn generatie te zijn: een extra reden waarom dit heerlijke cinema is. De vrij onbekende Brit Mark Rylance (kwaliteitstelevisiekijkers zouden hem moeten kennen van “Wolf Hall”) maakt eveneens een uitstekende beurt, en werd door Spielberg meteen gecast als de grote vriendelijke reus in zijn verfilming van Roald Dahls “The BFG” die volgend jaar de zalen komt binnenwaaien.

Maar dat is dan, dit is nu. En nu kan u zich in de ban laten slaan door deze dijk van een prent waar nagenoeg geen valse noot in te bespeuren is. En die bovendien zo accuraat mogelijk probeert te zijn: zo is de scène met de spionnenwissel gefilmd op de authentieke Glienicke-brug die destijds het Oost-Duitse Potsdam met West-Berlijn verbond. Wie wil genieten van de soundtrack van John Williams mag dan weer een gefundeerde ‘miljaar’ in het rond strooien. Voor het eerst sinds 1985 (“The Color Purple”) doet Spielberg het zonder zijn huiscomponist daar Williams met gezondheidsproblemen te kampen had tijdens de (post)productie. Waarop Thomas Newman werd ingehuurd om de muzikale spanning op te drijven. Al kunnen fans van Williams zich later deze maand natuurlijk voluit laven aan de ontwakende kracht in een sterrenstelsel hier ver, ver vandaan.

Alex De Rouck