Captain America The First Avenger

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2011
Releasedatum: 
17/08/2011
Filmgenre: 
Actie
Speelduur: 
125 minuten
Verdeler: 
U.I.P.
Regisseur: 
Joe Johnston
Chris Evans
/  
Steve Rogers
Hayley Atwell
/  
Peggy Carter
Sebastian Stan
/  
Bucky Barnes
Hugo Weaving
/  
'Red Skull'/Johann Schmidt
Stanley Tucci
/  
Erskine
/  
Chester Phillips
/  
Nick Fury
Dominic Cooper
Toby Jones

Het is een goed jaar voor de filmpoot van Marvel. “X-Men: First Class” was een van de betere zomerprenten, godenzoon Thor miste zijn start niet en ook deze “Captain America” krijgt met gemak een dikke voldoende op het rapport. Hetgeen ons doet besluiten dat Marvels voor mei 2012 voorziene ensemblefilm “The Avengers” (waarin Iron Man, Hulk, Thor, Captain America, The Black Widow, Hawkeye en Nick Fury onder de banner van S.H.I.E.L.D. zij aan zij strijden) een cinematografisch pretpakket moet zijn voor de superheldenfans. Hoop doet leven.

In afwachting van “The Avengers” is de originefilm van Captain America alvast een lekkere zoethouder. Captain America (een creatie van Joe Simon en Jack Kirby) is een van de oudste comic superhelden (Superman en Batman hebben nog iets meer rimpels) en zag het levenslicht in 1941. Marvel bestond toen zelfs nog niet eens, en Captain America beleefde zijn eerste avonturen in Timely Comics. Aan de originele setting is voor deze filmversie niet veel veranderd, zodat we in “Captain America: The First Avenger” vergast worden op een vileine nazisplintergroepering, geïnspireerd productiedesign en een gezellig ouderwets aanvoelende vibe.

Na een intro die zich in onze wervelende moderne tijden afspeelt (en een bruggetje maakt met de ontknoping) richten scenaristen Christopher Markus en Stephen McFeely (die eerder de “Chronicles Of Narnia”-trilogie bij elkaar penden) zich op het jaar 1942. In het Noorse stadje Tonsberg vallen de troepen van nazi-officier Johann Schmidt (Hugo Weaving) een kerk binnen waar een mysterieus artefact met mysterieuze krachten zou verborgen zijn. Vervang dit stukje sf-hocus pocus door de Ark des Verbonds en het is duidelijk waarom bepaalde delen van deze prent niet helemaal onterecht met “Raiders Of The Lost Ark” worden vergeleken. Schmidt slaagt erin het kleinood te lokaliseren en neemt het mee naar zijn laboratorium waar het de motor vormt voor een onoverwinnelijk leger waarmee hij de hele wereld wil veroveren. Plannen die zelfs voor Hitler te hoog gegrepen zijn, waardoor Schmidt zich afscheurt van de officiële nazipartij en zijn eigen afdeling (Hydra) opricht. Sieg Hydra, het is eens wat anders.

Intussen probeert in Amerika de krielkip Steve Rogers (Chris Evans) met alle macht in het leger te raken. Hij wil immers niet lijdzaam aan de kant blijven staan terwijl zijn leeftijdsgenoten overzees trekken om er de vuige Duitsers een hak te zetten. Zijn smalle gestalte zorgt er echter voor dat alle legerdokters hem afkeuren. Wanneer hij het pad kruist van ene dokter Erskine (Stanley Tucci) keert het tij. Erskine ontwikkelde immers een serum dat de spiermassa aanzienlijk kan laten toenemen, waardoor Rogers in een mum van tijd van zero in hero verandert. En in Captain America, die uitgroeit tot de supersoldaat/mascotte van het Amerikaans leger. Uiteraard komt hij daarbij in het vaarwater van Schmidt. Die was vroeger trouwens ook behandeld door Erskine, maar dat experiment liep uit de hand, wat meteen Schmidts alter ego “Red Skull” verklaart. Wanneer Schmidt met zijn leger koers zet naar New York om er de stad van de kaart te vegen, lijkt Captain America de enige die de snode plannen kan dwarsbomen.

Net zoals bij heel wat andere superheldenfilms duurde het een tijdje eer de filmversie van “Captain America” een feit was. Dan gaan we wel even voorbij aan de totaal mislukte en in het moeras der vergetelheid weggezonken B-adaptatie van Albert Pyun uit 1990. Marvel probeerde al in 1997 een big budget-adaptatie van de grond te krijgen, maar een zondvloed van mislukte startschoten en rechtszaken over wie nu echt de rechten van “Captain America” bezat (Marvel of co-auteur Joe Simon) leidde tot nogal wat vertraging. Het echte groen licht kwam in 2008, na het succes van de “Iron Man”-aftrap, en vrij snel werd Joe Johnston gekozen als regisseur. Een logische keuze: in 1991 regisseerde hij “The Rocketeer”, ook al een comicverfilming met wortels in de jaren veertig, en het klappen van de visuele effecten-zweep leerde hij op de set van onder meer de originele “Star Wars”-trilogie en “Raiders of The Lost Ark”. De casting zit eveneens snor, met Chris Evans en Hugo Weaving op kop. Zeker in het eerste deel waarin Evans met behulp van GCI nog gewoon Steve Rogers is, is Evans opmerkelijk. Weaving geniet dan weer zichtbaar van zijn superslechterikenrol, zeker nadat zijn masker is afgevallen. Daarnaast worden de bijrollen met verve ingevuld door onder meer Tommy Lee Jones (als kolonel Chester Phillips), Hayley Atwell (als de Britse agente Peggy Carter die meer dan een boon voor de stoere titelheld heeft), Toby Jones (als bio-ingenieur die Weaving helpt zijn plan te verwezenlijken) en Dominic Cooper (als Howard Stark, de vader van Tony “Iron Man” Stark).
Echt spectaculair wordt “Captain America: The First Avenger” nooit, maar dat hoeft ook niet. De welhaast probleemloze “anything goes”- methode waarop Joe Johnston (die meteen de beste film uit zijn carrière inblikt) alles in beeld brengt zorgt voor twee uur zorgeloos en hoogst aangenaam entertainment. Wie trouwens een tip van de “The Avengers”-sluier wil opgelicht zien, kijkt best de eindgeneriek helemaal uit. U niet laten wegjagen door een overijverige zaalkuisploeg dus.

Alex De Rouck