Coco (OV)

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2017
Releasedatum: 
29/11/2017
Filmgenre: 
Animatie
Komedie
Speelduur: 
105 minuten
Verdeler: 
Walt Disney Studios Motion Pictures
Regisseur: 
Lee Unkrich
Producent: 
Darla K. Anderson
Director of Photography: 
Danielle Feinberg
Productie Ontwerper: 
Harley Jessup
Art Director: 
Daniel Arriaga
Componist: 
MIchael Giacchino
Gael Garcia Bernal
/  
Hector (stem)
Anthony Gonzalez
/  
Migurel Rivera (stem)
Benjamin Bratt
/  
Ernesto de la Cruz (stem)
Renée Victor
/  
Abuelita (stem)
Frank Welker
/  
Dante (stem)
Ana Ofelia Murguia
/  
Mama Coco (stem)
Edward James Olmos
/  
Chiccarron (stem)
Jaime Camil
/  
Papa (stem)
Sofia Espinosa
/  
Mama (stem)
Blanco Arceli
/  
Emcee (stem)
Luis Valdez
/  
Tio Berto (stem)
Lombardo Boyar
/  
Plaza Mariachi (stem)

Mocht je het nog niet eerder hebben gespot, dan wordt het bij hun negentiende langspeler vast wel duidelijk dat er een rode draad zit in het oeuvre van Pixar. En een constante: oogverblindend mooie animatie die de meeste andere animatiestudio’s - die van distributiepartner Disney uitgezonderd – nog steeds een pixel- en penseelpoepje laat ruiken. De rode draad waarvan sprake is het duidelijkst in de originals, daar de Pixarsequels er meestal slechts zijn om mee te surfen op de commerciële merchandisingpopulariteit van de personages. Wat niet altijd een slecht punt is: “Toy Story 3” is en blijft een bonafide meesterwerk. In de originele titels van Pixar wordt echter per film duidelijker dat de geserveerde emoties en plotcirkels vaak een doorslagje zijn van elkaar.

Zo kan je netjes Pixars fascinatie voor oud en jong, het verleden versus het heden, het willen bereiken van dromen en het bewonderen van helden afvinken in “Coco”. Net zoals dat ook het geval was in onder meer “Up”, “Wall-E” en “Ratatouille”, drie van Pixars gouden meesterwerken. De vriendschap tussen Russell en Carl uit “Up” zit vervlochten in de relatie van de kleine Miguel met zijn overgrootmoeder. Het adoreren van dromen en helden vertoont gelijkenissen met de set-up uit “Ratatouille” en opnieuw “Up”. En het ijverig doorzetten van een kleine dappere held stond ook op het voorplan in “Wall-E”. Pixar plagieert dus voluit zichzelf, zij het op zo’n manier dat - wars van de gelijkenissen - elke original fris oogt door steeds een andere setting en leefwereld centraal te plaatsen. En door niet over een nacht ijs te gaan: regisseur Lee Unkrich was vast van plan om de Mexicaanse cultuur en de cultus van hun ‘dia de los muertos’ voor de volle honderd procent te vatten. En hij slaagde daar voor tweehonderd procent in.

“Coco” bewijst dat Tim Burton geen patent heeft op animatie waarin het leven na de dood centraal staat. En dat je het leven na de dood ook kan weergeven als een kleurrijke caleidoscoop van grappen, emoties en levensvreugd. In “Coco” is de dood ook leven, en ben je pas dood als iedereen je leven is vergeten. Iets wat Bram Vermeulen ook wist.

De twaalfjarige Miguel heeft een grote droom: net als zijn over-overgrootvader muzikant worden. Maar dat mag niet van de rest van zijn omvangrijke familie, omdat die over-overgrootvader destijds zijn vrouw en kind in de steek liet om beroemd te worden. Die daad hangt nog steeds als een banvloek over de clan. Op het dodenherdenkingsfeest besluit Miguel stiekem deel te nemen aan een plaatselijke talentenjacht. Daarvoor moet hij een gitaar hebben en hij besluit om die te stelen uit de tombe van Ernesto de la Cruz, een destijds heel populaire zanger die zowat de status van Elvis Hemzelve heeft. Doordat Miguel steelt van de doden in plaats van iets te geven, komt hij in halflevende/halfdode toestand in het dodenrijk terecht. Daar kan hij pas terug uit als een van zijn knokerige voorouders hem daar officieel de zegen voor geeft. Waarop Miguel besluit om in het dodenrijk op zoek te gaan naar zijn muzikale voorvader in wiens voetsporen hij wil treden.

Unkrich en co besteden veel aandacht aan de plotmachinaties en de leefwereld van de personages. Geen adhd-pophits of postmoderne grappen dus, en ook geen hoofdpijnveroorzakend geschreeuw of gekrijs. Maar wel een tegelijk sobere en vurige score van Michael Giacchino onder het gaspedaal. Met “Coco” levert Pixar opnieuw een vintage klassieker af, zij het eentje die het finaal wat moet afleggen tegen de vroegere klassiekers die nog niet zoveel last hadden van dèjà-vu-itis. De held die van zijn voetstuk valt is trouwens nog een plotpunt dat “Coco” gemeen heeft met “Up”. 

“Coco” is een feest voor het oog, en dat mag ook wel gezien het productiebudget van 200 miljoen. Het geld is duidelijk ook naar het hart en de ziel gegaan, en niet enkel naar de oogsnoepafdeling. Wat van het uiteraard met veel ‘hugs and kisses’ van John Lasseter gebrouwen “Coco” een onversneden aanrader maakt. Geniet ervan, daar de volgende Pixar original er pas in 2020 komt, na “The Incredibles 2” en - jawel – “Toy Story 4”.

Alex De Rouck