De Helaasheid der Dingen

Productiejaar: 
2008
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
07/10/2009
Verdeler: 
K.F.D.
Speelduur: 
108 minuten
Filmgenre: 
Drama
Regisseur: 
Felix Van Groeningen
Producent: 
Dirk Impens
Koen De Graeve
/  
Marcel 'Celle' Strobbe
Johan Heldenbergh
/  
Pieter 'Breejen' Strobbe
Wouter Hendrickx
/  
Lowie 'Petrol' Strobbe
Bert Haelvoet
/  
Koen Strobbe
Valentijn Dhaenens
/  
Gunther Strobbe
Kenneth Van Baeden
/  
Gunther Strobbe (13)
Gilda De Bal
/  
Meetje
Natali Broods
/  
Tante Rosie
Pauline Grossen
/  
Nichtje Sylvie
Jos Geens
/  
André
Guy Dermul
Robby Cleiren
Sofie Palmers
Sara De Bosschere
Wout Kelchtermans

In tegenstelling tot “Loft” vorig jaar (dat vooral door een slimme commerciële marketingstrategie uitgroeide tot een monstersucces – dat het ook nog een goede film bleek te zijn was mooi meegenomen) lijkt het wel of de verfilming van Dimitri Verhulsts bestseller De Helaasheid Der Dingen de ‘gaat dat zien’-hype vooral in leven kon roepen door de kwalitatieve mérites. Het helpt natuurlijk dat de roman beschouwd wordt als een hedendaagse Vlaamse klassieker, en dat de ontvangst in Cannes in mei zo goed als unaniem lovend was. Dat de film her en der onthaald wordt als de beste Vlaamse film aller tijden, zal ook wel een paar extra konten in de Vlaamse bioszetels doen belanden. En zopas behaalde de film zelfs drie prestigieuze prijzen op het Hamptons International Filmfestival in New York: beste film, beste scenario en beste camerawerk. Nu al staat vast dat “De Helaasheid Der Dingen” zowel bij de critici als bij het publiek in goede aarde is gevallen.

Wat mag natuurlijk, want “De Helaasheid Der Dingen” is een meer dan goede film. Maar geenszins de beste Vlaamse ooit: Felix Van Groeningens vorige “Dagen Zonder Lief” bijvoorbeeld was een betere film. “De Helaasheid…” zou daarentegen wel eens de meest volwassen Vlaamse mainstreamfilm kunnen zijn. Geen rechtlijnig verhaal met begin, midden en slot, maar een fragmentarische tocht (met literaire voice over dan nog wel) langs de paden van de niet altijd lieflijke jeugdjaren van de dertienjarige Gunther Strobbe (het filmisch alter ego van het literair alter ego van Dimitri Verhulst). Van Groeningen verfilmde het boek trouwens zeer getrouw, op de veranderde namen (de Verhulsts werden de Strobbes) na dan.

Gunther (op dertienjarige leeftijd vertolkt door debutant Kenneth Vanbaeden, op volwassen leeftijd door Valentijn Dhaenens) groeit samen met zijn schijnbaar altijd dronken vader Celle (een uitstekende Koen De Graeve) en zijn vaak agressieve en ook weinig nuchtere ooms Petrol (Wouter Hendrickx), Breejen (Johan Heldenbergh) en Koen (Bert Haelvoet) op in het huis van zijn grootmoeder (Gilda De Bal). Niet echt de meest ideale omgeving voor een kind om in op te groeien, zelfs al ziet zijn grootmoeder hem doodgraag. Ook al weet Gunther dat niet alles wat zijn vader of ooms uitspoken koosjer is, toch is hij onlosmakelijk verbonden met zijn roots in het Aalsterse gehucht Reetveerdegem. Hij volgt het familiecredo “aan nen Strobbe komt ge nie” nauwgezet op, ook al komt de tijd dat hij er voor kiest om op internaat te gaan. Enerzijds om toch te ontsnappen aan de vaak verstikkende invloed van zijn vader en ooms, anderzijds om zich toe te leggen op zijn passie: schrijven…

Van Groeningen trekt Verhulsts roman uit de Vlaamsche klei (“De Witte Van Sichem” lijkt nooit veraf) en vindt een geslaagde middenweg tussen het groteske en het intrieste van de daden van de Strobbeclan. De anekdotische aanpak zorgt af en toe voor een ‘variaties op hetzelfde thema’-gevoel, waardoor de te verwachten uppercut plaats ruimt voor een continu dreigend gevoel aan de oppervlakte. Gedreven door uitstekende vertolkingen, vaak inventief camerawerk en een gedreven weemoedige score van Jef Neve is het al vrij snel duidelijk dat “De Helaasheid Der Dingen” een moderne Vlaamse klassieker is. Het is een focus op een stukje Vlaanderen anno de jaren tachtig dat echt heeft bestaan (en waarschijnlijk ook nog bestaat), maar waar gelukkig niet iedereen mee geconfronteerd wordt.

Het boeketje Vlaanderen dat Verhulst en Van Groeningen aanbieden is tegelijkertijd ontroerend en beangstigend: de regisseur veroordeelt de personages niet, maar registreert. Hun mindere kantjes worden niet verdoezeld, hun sterke niet geminimaliseerd. Voor elke scène waarmee je luidop kan lachen of gniffelen (de blote wielerwedstrijd, Het Ronde Van Frankrijk-drinkspel, het Roy Orbison-buurten bij de Indiërs) zijn er momenten waarin de gruwel primeert (sommige confrontaties tussen vader en zoon zijn ongemeen hard). De positieve noot waarmee de film eindigt is alvast heel mooi in beeld gebracht en toont aan dat hoop allesbehalve een loos begrip is voor de volwassen Gunther.

“De Helaasheid Der Dingen” is perfect op maat gesneden cinema voor de liefhebber van welhaast surreëel ogende sigarettenrook, bierwalmen, kotsgeuren en sanseveriapotgrond. En derhalve ten zeerste aanbevolen voor toute la petite flamande en omstreken.

Alex De Rouck