Godzilla - 3D

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2013
Releasedatum: 
14/05/2014
Filmgenre: 
Actie
Speelduur: 
123 minuten
Verdeler: 
Warner Bros
Regisseur: 
Gareth Edwards
Producent: 
Thomas Tull
Jon Jashni
Mary Parent
Brian Rogers
Aaron Taylor-Johnson
/  
Ford Brody
Elizabeth Olsen
/  
Elle Brody
Juliette Binoche
/  
Sandra Brody
C.J. Adams
/  
Jonge Ford
Ken Watanabe
/  
Dr. Ishiro Serizawa
Bryan Cranston
/  
Joe Brody
Carson Bolde
/  
Sam Brody
Sally Hawkins
/  
Vivienne Graham
David Strathairn
/  
Admiraal William Stenz
Richard T. Jones
/  
Kapitein Russell Hampton
Victor Rasuk
PatrickSabongui
Jared Keeso
Luc Roderique
James Pizzinato

Voor de fans van statistieken en lijstjes: “Godzilla” is anno 2014 aan zijn dertigste officiële langspeler toe. Laat aanrukken, die bloemblaadjes. Twee van die titels zagen in Hollywood het levenslicht : Roland Emmerich slaagde er in 1998 niet in om een substantiële portie monsterpret af te leveren, met deze nieuwe remake/interpretatie van Japans favoriete icoon is het wel raak. Regisseur van dienst is de Brit Gareth Edwards, die in 2010 wist te charmeren met het onafhankelijke geproduceerde en slechts een half miljoen dollar kostende “Monsters” – een atypische monsterfilm die uitgroeide tot een suggestieve parel en een uitstekend visitekaartje. Op de merites van zijn debuut mocht Edwards vervolgens aan de slag met honderdzestig miljoen voor een nieuwe film over de moeder van alle monsters.

“Godzilla/Gojira”” kwam voor de eerste keer aan de oppervlakte in 1954, toen de Japanse regisseur Ishiro Honda een allegorische monsterfilm draaide. Het monster uit de diepten dat afstevende op Tokio was tot leven gewekt door kernenergie en de vingerwijzing naar de nasleep van de atoombomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki lag er meteen vingerdik op. Zo groot was het succes van “Gojira” dat de Japanse productiefirma/distributeur Toho er door de jaren heen nog achtentwintig zou maken. Netjes verdeeld over de 'Showa'-serie (1954 tot 1975), de 'Heisei'-serie (1984 – 1995) en de “Millennium”-serie (1999 – 2004). De kwaliteit van Honda’s origineel werd daarbij al snel ingeruild voor kindvriendelijke pulp met titels als “King Kong Vs. Godzilla”, “Ghidorah, The Three-Headed Monster”, “Godzilla Vs. Mechagodzilla” en “Godzilla Vs. Biollante”. De twee Amerikaanse versies zijn eveneens coproducties met Toho. Emmerichs versie kwam er zelfs op uitdrukkelijke vraag van Toho. Die hadden in Japan “Independence Day” verdeeld en de megayen-opbrengsten daarvan noopten de Japanners ertoe om even te checken of Emmerich geen zin had om een Westerse “Godzilla”-film te draaien. Ook bij deze nieuwe versie – geproduceerd door Warner Bros en Legendary Pictures (thuishaven van Christopher Nolan en Zack Snyder) – hield Toho nauwlettend een oogje in het zeil. Zo mocht het scenario niet afwijken van de vaste regels: een deel van de actie moest zich in Japan afspelen, Godzilla mocht geen mensen doden en hij mocht zelf niet sterven.

Bij Legendary Pictures waren ze zwaar onder de indruk van Edwards’ “Monsters”: voor hen bleek de Brit meteen de evidente keuze om hun nieuwe versie van “Godzilla” in goede banen te leiden. Een keuze die ze zich niet zullen beklaagd hebben: zelfs al zijn de meningen verdeeld, de recette in het openingsweekend was meteen al hoog genoeg om het licht voor de sequel op groen te zetten. Wat je ook van “Godzilla 2014” vindt, het siert Edwards alvast dat hij trouw gebleven is aan zijn eigen stijl en de focus legt waar je hem niet meteen verwacht. Bijna alles is gefilmd in duisternis, mist of rook – en humor stond duidelijk niet in het draaiboek. Evans heeft bovendien de ballen om van Godzilla bijna een figurant in zijn eigen film te maken: het duurt lang eer het beest verschijnt, en dan moet hij het scherm nog eens delen met twee andere prehistorische rampestampers (MUTO’s genaamd). Toch een andere aanpak dan pakweg Michael Bay die elke clash waarschijnlijk tien minuten zou laten duren en alles in het daglicht zou situeren. Edwards’ keuze is meteen het discussiepunt: ofwel ben je mee, ofwel niet. Wie suggestie toejuicht zit in het eerste kamp, wie alles vooral spectaculair of over de top wil in het tweede.

Edwards’ set-up en beeldcomposities doen meer dan eens denken aan de Spielberg van “Jaws” en “Close Encounters Of The Third Kind”: getuige daarvan fijne vondsten als de scène waarin Godzilla met een MUTO vecht – zij het onzichtbaar voor de camera daar Edwards meer oog heeft voor de sluitende poort van een schuilplaats. En zo zijn er nog wel een paar keuzes die een eigen cachet geven aan deze apocalyptische monsterprent. Niet alles is anders dan anders: het scenario (waaraan onder meer Frank Darabont als scriptdoctor meewerkte) blijft grotendeels een voorspelbaar volg de nummertjes-affaire die de door Toho opgelegde regels volgt, en die sentiment propageert door een duidelijke focus op vader-zoonrelaties. Met de milieu- en kernramp van Fukushima nog in het achterhoofd, ziet de set-up er in elk geval heel actueel uit. Ook hier maken de MUTO’s en Godzilla hun opwachting na een explosie in een kerncentrale. Aaron Taylor-Johnson (“Kick-Ass”, “Anna Karenina”) oogt iets te groen om de centrale heldenrol te vervullen: eigenlijk mogen we nog blij zijn dat zijn rol eveneens is ondergeschikt aan de beeldtaal, zodat de fletse portrettering of het wennen aan de afwezigheid van een echte menselijke held al bij al eigenlijk nog meevalt.

Uiteindelijk zijn de hoe en waaroms van de plot bijkomstig: Edwards regiematige keuzes zijn zo scherp afgebakend dat het rudimentaire verhaal er wonderwel in past. “Godzilla” blijft anno 2014 trouw aan de sfeer van zijn allereerste verschijning en gaat tegelijkertijd toch voor verwondering. Ergens is het trouwens veel mooier om de monsterclashes half verborgen te zien midden het puin – de verbeelding kan er maar wel bij varen. Geen open en bloot blockbuster dus, eerder een sacrale kijkervaring – of hoe Edwards de God in de titel wel heel letterlijk heeft geïnterpreteerd.

Alex De Rouck