Gran Torino

Productiejaar: 
2009
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
25/02/2009
Verdeler: 
Warner Bros
Speelduur: 
117 minuten
Filmgenre: 
Drama
Regisseur: 
Producent: 
Robert Lorenz
Bill Gerber
/  
Walt Kowalski
Christopher Carley
/  
Pastoor Janovich
Bee Vang
/  
Thao Lor
Ahney Her
/  
Sue Lor
Cory Hardrickt
Brian Haley
Brian Howe
Geraldine Hughes
Dreama Walker
John Carroll Lynch
William Hill
Brooke Chia Thao
Chee Thao
Choua Kue
Scott Eastwood

Wat ziet Eastwood er oud uit! In “Million Dollar Baby” kleurden zijn haren ook al grijs, maar in “Gran Torino” heeft hij meer loshangende huidkronkels dan een dozijn bulldogs. Waardige kronkels uiteraard: in wat naar eigen zeggen zijn zwanenzang is als acteur vertolkt Clint Eastwood met verve een personage dat kenmerken van zowat al zijn vroegere iconische personages bevat.

Walt Kowalski is een vuilbekkende en racistische Koreaveteraan die zich na de dood van zijn vrouw geconfronteerd ziet met een multiculturele wereld (ironisch genoeg is hij zelf van Poolse afkomst) en daar willens nillens in binnen wordt gezogen als zijn Oosterse buren van Hmong-origine hem dankbaar zijn nadat hij een jeugdbende de wind van voor heeft gegeven. Dankbaarheid die hij niet wil: niet van de buren, niet van iemand anders. Walt ligt overhoop met zijn zonen en hun families (die na de dood van hun (schoon)moeder de erfenis ruiken en Walt op een zijspoor richting bejaardentehuis willen duwen), en ook met de overijverige buurtpriester (wiens missie het is om Walt de biecht af te nemen) loopt de chagrijn niet hoog op. Maar toch gebeurt er iets met Walt als hij willens nillens naar de buurjongen Thao (Bee Vang) toegroeit. Is het omdat hij en zijn stoere zus Sue (Ahney Her) zich niet laten intimideren door de scheldwoorden en beledigingen die Walt in het rond strooit ?  Is het omdat ze hem een gewoon een gekke oude man vinden ?  Of is het uit eigenbehoud, daar ze voelen dat Walt de enige is die de jeugdbende die de buurt terroriseert op afstand kan houden ?

De Hmong zijn een van oorsprong Chinees volk dat zich geleidelijk aan ook verspreidde over Laos, Thailand en Viëtnam. Tijdens de Viëtnamoorlog kozen ze de zijde van de Amerikanen en de Zuid-Viëtnamezen, waardoor ze door de communisten en het noorden werden vervolgd en in vluchtelingenkampen terechtkwamen. Velen van hen vluchtten naar Thailand, van waaruit ze naar de Verenigde Staten werden gebracht. En dat is nu net een ironische kanttekening bij het scenario. Kowalski heeft het in de film voortdurend over ‘spleetogen die hij als zandzakjes opstapelde tijdens de Koreaanse oorlog’, maar moet wel ontdekken dat zijn buren afstammen van ‘rijstkakkers’ die tijdens de oorlog in Viëtnam aan de zijde van de Amerikanen vochten, en niet er tegen. Een interessante kanttekening bij een scenario dat al bij al toch minder zwartwit is dan aanvankelijk lijkt.

Toch blijft de grondlaag van het verhaal flinterdun, vaak voor de hand liggend en repetitief. Scenarist Richard Schenk (die het verhaal al begin de jaren negentig schreef) kreeg het aanvankelijk niet verkocht, omdat heel wat studiobonzen het niet zagen zitten om een film te draaien met een bejaarde in de hoofdrol en Oosterse mensen in de bijrollen. Tot wanneer Eastwood het verhaal oppikte en zich schijnbaar ogenschijnlijk met het hoofdpersonage vereenzelvigde. Zijn “get of my lawn”-oneliner is dan ook een duidelijke en instant klassieke knipoog naar Dirty Harry’s “Do you feel lucky, punk”.

Het is net de aanwezigheid van Eastwood die de mindere kantjes van het verhaal wegvlakt. Zijn regie is sober (soms iets te), maar hij weet nog steeds hoe hij een intrigerende film kan maken. Het granieten stoïcisme dat hij als acteur etaleert is ditmaal echter dé koopwaar: in het begin ligt de karakterisering van ‘grumpy old man’ er iets te dik op, maar wanneer het personage ontdooit (zonder zijn vuilbekkende handelskenmerk af te bouwen) doet Eastwood ontzettend mooie dingen met zijn karakter. De scène waarin hij als een jong veulen partycrasht op de Hmong-barbecue is een echte parel, en de glimlach op zijn gezicht tijdens de laatste scène bij de kapper zou wel eens een van de ontroerendste stukjes film kunnen zijn die hij ooit in beeld heeft gebracht.

Eastwood heeft ontegensprekelijk betere films gemaakt dan dit bedrieglijk eenvoudig levensschijfje, maar als laatste acteerprestatie is dit een waardig en mooi gedoseerd testament. Gelukkig heeft Clint nog heel wat regieopdrachten in zijn agendaboekje staan. Moge de goden van Hollywood en omstreken hem de kracht geven om ze allemaal netjes af te werken. Go ahead Gods, make his day. En die van ons.

Alex De Rouck