Hellboy 2 : The Golden Army

Productiejaar: 
2008
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
22/10/2008
Verdeler: 
U.I.P.
Speelduur: 
120 minuten
Filmgenre: 
Actie
Regisseur: 
Guillermo Del Toro
Producent: 
Lawrence Gordon
Mike Richardson
Lloyd Levin
Ron Perlman
/  
Hellboy
Selma Blair
/  
Liz Sherman
Doug Jones
/  
Abe Sapien/Chamberlain/Engel des Doods
John Hurt
/  
Trevor "Broom" Buttenholm
Jeffrey Tambor
/  
Tom Manning
Luke Goss
/  
Prins Nuada
John Alexander
/  
Johann Kraus
Beth MacFarlane
/  
Johann Kraus (stem)
Anne Walton
/  
Prinses Nuala
Brian Steele
/  
Wink/...

In 2004 leverde de door Hollywood omarmde Mexicaanse fantasyregisseur Guillermo Del Toro met “Hellboy” een geslaagde adaptatie af van Mike Mignola’s stripcreatie. “Hellboy” verscheen voor het eerst onder het Dark Horse Comics-vlaggenschip in 1994, en Del Toro was meteen weg van de vlammende mengeling tussen gotische horror, superhelden en B-filminvloeden. Hellboy werd als flamboyante duivelszoon geboren in 1944 uit een nazi-experiment. De rode 'freak' heeft echter een goede inborst en wordt door de Amerikanen ingelijfd bij ‘the Bureau For Paranormal Research and Defense’, een soort CIA dat zich buigt over buitenwereldlijke mysteries. In ’94 liet Del Toro Hellboy en zijn collega’s het pad kruisen van een bende snoodaards (waaronder een aan “Ilsa, She-Wolf Of The SS”-schatplichtige gevaarlijke deerne) die de Russische raadsheer Raspoetin (Russia’s Greatest Love Machine, als we tenminste de discodeunen van Boney M. mogen geloven) uit de doden wilden opwekken. Een fijn filmpje, en als je het nog niet gezien hebt: pluis uit, die dvd.

Del Toro was meteen te vinden voor de opvolger, maar die kwam er niet zonder slag of stoot. Revolution Studios, de producent van de eerste film, ging immers over kop en Sony (die met Revolution samenwerkte) was niet meteen geneigd om zelf het groen licht te geven voor een tweede “Hellboy”-film. De eerste was immers geen uitzonderlijk groot kassucces, en vond het grootste deel van zijn publiek eigenlijk pas bij de dvd-release. Universal wou wel met Del Toro in zee voor een tweede “Hellboy”-avontuur, en die wou kost wat kost zelf de touwtjes in handen houden. Hij liet daarvoor zelfs vetbetaalde projecten als “I Am Legend’ en “Harry Potter And The Half-Blood Prince” aan hem voorbijgaan.

Snoodaard van dienst in de sequel is ene Prins Nuada (Luke Goss, in de jaren tachtig lid van de Britse ‘hitformatie’ Bros en eerder al te zien in Del Toro’s “Blade II”). Hij verbreekt een eeuwenoud pact tussen de mensen- en elfenwereld, en wil een gouden leger terug tot leven wekken dat de mensen kan verslaan (of zoiets). Aan ‘the Bureau For Paranormal Research and Defense’ de taak om dit alles te verijdelen. In de nevenintriges heeft Hellboy het niet onder de markt met Liz Sherman (Selma Blair). Die heeft even genoeg van de grillen van haar rode geliefde, en wil hun relatie even op een laag pitje. Abe Sapien (Doug Jones) wordt dan weer verliefd op prinses Nuala (Anna Walton), de zus van Nuada. En ene Johan Strauss (John Alexander) komt het team vervoegen om te beletten dat Hellboy zich te pas en te onpas in de publieke kijker werkt...

“Hellboy II: The Golden Army” haalt het niet bij het eerste luik, al heeft dat vooral te maken met een paar obscure scenariokeuzes. De slechterik van dienst is maar een flauwe minkukel, en af en toe legt Del Toro zijn eieren iets teveel in de CGI-mand om het mooie weer te maken. Even ziet het er zelfs naar uit dat hij zijn toevlucht zoekt tot creaties die uit “Pan’s Labyrinth” zijn ontsnapt, alsof hij even geen zin had om nog maar eens een nieuw creatuur uit zijn brein te pulken. Ook de grens tussen karakteruitdieping en verhaalontwikkeling loopt af en toe spaak. Zoveel negatiefs, en toch drie (naar boven afgeronde) Filmfreaksterren ?  Dat dan weer wel, want deze vermakelijke nonsens hebben toch veel moois te bieden. En dan hebben we het niet enkel over de nog steeds oogverblindend coole make-up van Ron Perlman. Del Toro komt immers met heel wat geslaagde momenten op de proppen, zoals de aanval van de toothfairies, een van zijn beste scènes ooit. Jammer dat de cineast ditmaal zijn beste kruit in het eerste uur verschiet en uiteindelijk met een climax op de proppen komt die nog fletser is dan die uit “Indian Jones And The Kingdom Of The Crystal Skull”.

Een paar uitschuivers dus in dit twee uur durend parcours, maar al bij al helt de balans zeker naar de positieve kant. Trouwens, elke film die zich bedient van vrolijke verwensingen als “Suck My Ectoplasmic Schwanzstücke!” verdient sowieso drie sterren. Ook al speelde Del Toro hiervoor even leentjebuur bij Mel Brooks’ “Young Frankenstein”. Afgaand op het slotbeeld van deze prent hoort een derde prent zeker tot de mogelijkheden. Vraag blijft of Del Toro ditmaal ook het laken naar zich kan toe trekken, daar zijn agenda momenteel al aardig uitpuilt met twee “Hobbit”-films en nog zowat vijf andere projecten.

Alex De Rouck