Insidious

Productiejaar: 
2011
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
15/06/2011
Verdeler: 
Starway Film Distribution
Speelduur: 
102 minuten
Filmgenre: 
Horror
Regisseur: 
James Wan
Patrick Wilson
/  
Josh
Rose Byrne
/  
Renai
Ty Simpkins
/  
Dalton
/  
Lorraine

De wereld is nog maar 2011 jezusjaren oud en alles is al eens getoond of op zijn minst gesuggereerd in de wonderbaarlijke zevende kunst. Wat gelukkig niet wil zeggen dat recente films niet meer kunnen verrassen of verblijden. Neem nu “Insidious”, dat zonder schroom elementen uit elke gangbare spookhuisfilm leent, en er ook nog wat bezeten personen-clichés tegenaan gooit. Al klinkt gooien pejoratief voor een film die zijn kiekeboemomenten met een welhaast bijbelse eerbied behandelt.

Van de makers van “Paranormal Activity” en “Saw”” staat er op de filmposter te lezen. En daar is geen woord van gelogen. Al zijn het vooral de twee namen achter de eerste “Saw”-film die hier met de meeste pluimen mogen gaan lopen. Regisseur James Wan (“die in de tussentijd ook al “Dead Silence” en de “Death Wish”-kopie “Death Sentence” afleverde) en scenarist-acteur Leigh Whannell om precies te zijn. Oren Peli doet enkel maar dienst als coproducent en levert later dit jaar nog “Area 51” af, zijn opvolger voor “Paranormal Activity”. Namenvallerij die duidelijk maakt dat “Insidious” zich in eerste instantie richt op de horrorfan. En die mag zich meteen verheugen op heel wat lekker smikkel- en smulvoer.

Na een knap vormgegeven begingeneriek op de tonen van een onheilspellende violenverkrachtende soundtrack maken we kennis met Renai en Josh Lambert (Rose Byrne en Patrick Wilson). Ouders van drie kinderen, waarvan zoon Dalton de oudste is. En met zijn allen pas verhuisd naar een – zo blijkt al snel – niet zo gezellig nieuw huis. Volgens Josh is er niet veel aan de hand, maar Renai heeft snel in de smiezen dat er rare dingen gebeuren. Boeken vallen van de plank, deuren kraken dicht en open en Dalton valt op zolder van een oude trap na oog in oog te staan met een geestesverschijning. Om vervolgens zonder enige aanwijzing in een coma te verzeilen. De dokters kunnen het niet verklaren, maar feit is dat Dalton drie maand later nog steeds in coma ligt. En dat Renai steeds meer spookverschijningen en onverklaarbare verschijnselen in het huis ziet. Het gaat zelfs zo ver dat de angstpsychose van Renai een wig drijft tussen haar en Josh. Wanneer Josh na een wilde klopgeestennacht niet kan blijven loochenen dat er niets aan de hand is, stemt hij erin toe om opnieuw te verhuizen. Een zielenheil schenkende oplossing blijkt dit echter niet te zijn, daar de ongenode gasten de verhuis hebben meegemaakt. Joshs moeder Lorraine (Barbara Hershey, die haar eigen entiteit heeft thuisgelaten) beweert te weten wat er aan de hand is. Het geheim ontsluieren is echter niet zonder gevaar voor de nog steeds comateuze Dalton.

Onthullen hoe de huiversteel volledig in de vork zit, doen we niet. Gaandeweg maken Wan en Whannell dat wel duidelijk, maar zonder spoiler vooraf heb je toch nog een dik halfuur eigen speurwerk voor de boeg. Vast staat dat kippenvel gegarandeerd is: of Wan nu kiest voor een subtiele angststoot (goed getimede schaduwen op kop) of voluit gaat (slaande deuren, krakende vloeren, zingende en dansende spookkinderen) … de muizen in het meel en onder de plinten zullen het geweten hebben. Wan toont zich een meester in huiverbeheersing van de klassieke soort: suggestieve cameravoering en als demon verklede figuranten zeggen meer dan duizend digitale beelden. Waardoor het dubbel jammer is dat Wan tijdens de climax toch even zondigt met een overduidelijk CGI-shot.

Het tweede deel is trouwens iets minder bevredigend dan de opbouw, maar dat is eerder een vaststelling dan kritiek: wie tuk is op een strakke, slimme en sfeervolle huiverprent zit hier resoluut aan het juiste bibberadres. Voor die funfactor alleen al verdient deze prent zijn vier genresterren dubbel en dik. Of hoe 2011 na die andere topper (ja, we hebben het over Joe Dantes “The Hole”) een lekker jaartje blijkt voor de fans van immobiliënthrillers.

Alex De Rouck