The Lone Ranger

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2013
Releasedatum: 
07/08/2013
Filmgenre: 
Actie
Speelduur: 
149 minuten
Verdeler: 
Walt Disney Studios Motion Pictures
Regisseur: 
Gore Verbinski
Producent: 
Jerry Bruckheimer
/  
Tonto
Arnie Hammer
/  
John Reid/de 'Lone Ranger'
Tom Wilkinson
/  
Latham Cole
William Fichtner
/  
Butch Cavendish
Helena Bonham Carter
/  
Red Harrington
James Badge Dale
/  
Dan Reid
Ruth Wilson
/  
Rebecca Reid
Barry Pepper
/  
Kapitein Fuller
Bryant Prince
/  
Danny
Mason Cook
/  
Will
JD Cullum
Saginaw Grant
Harry Treadaway
James Frain
Joaquin Cosio

Perceptie is niet altijd alles. Het regent berichten (tot in huis-, tuin- en keukenbladen toe) dat de nieuwe superproductie met Johnny Depp een flop is. Mathematisch gezien klopt dat: de kans dat “The Lone Ranger” zijn torenhoog productie- en marketingbudget terugwint is zo goed als onbestaand. Waardoor de prent als schoolvoorbeeld wordt genomen voor wat er momenteel allemaal misloopt in Hollywood. Een discussie waar wat voor te zeggen valt (sommige prijskaartjes zijn inderdaad van de pot gerukt, zeker als het eindproduct teleurstelt), maar eigenlijk is “The Lone Ranger” niet de gepaste titel om het Hollywoodsysteem te fileren. Deze vijfde samenwerking tussen Johnny Depp en regisseur Gore Verbinski biedt immers twee uur en een half uitstekend vertier. Meer zelfs, deze westernpastiche is in zijn eentje stukken beter dan de vier warrige “Pirates Of The Caribbean”-films samen.

De geschiedenis van “The Lone Ranger” gaat terug tot in 1933, toen het personage debuteerde in een radioshow op het Detroitse station WXY. De show bleek zowel bij kinderen als volwassenen een groot succes, waardoor het programma uiteindelijk naar een nationaal station verhuisde zodat het overal in Amerika te horen was. Later volgde een filmserial, een tv-reeks (die liep van 1949 tot 1957), stripverhalen, een tekenfilmserie en heel wat merchandising. Een populaire cowboy dus, die Lone Ranger. Scenaristen Ted Elliott en Terry Rossio (die ook meeschreven aan de “Pirates Of The Caribbean”-serie) en Justin Haythe (“Revolutionary Road”) blijven voor hun scenario trouw aan de origine van de serie, en geven er tegelijkertijd hier en daar een eigen draai aan.

Het idee om de alles in te kaderen met een raamvertelling die start in 1933 is alvast nieuw. Een jongen bezoekt op een kermis een westerntentoonstelling en komt er oog in oog te staan met Tonto Johnny Depp), een stokoude Comanche met een dode kraai op het hoofd die hem vertelt hoe hij vroeger een duo vormde met de gemaskerde wreker Lone Ranger. De Lone Ranger blijkt eigenlijk John Reid (een onderschatte Armie Hammer) te zijn, een advocaat die samen met zijn oudere broer, de Texas Ranger Dan, jacht maakte op de bende van Butch Cavendish (William Fichtner), een snoodaard buiten categorie – hij lust af en toe zelfs een stukje rauw mensenvlees – die samen met zijn bende de buurt van het Texaanse stadje Colby onveilig maakt. Colby is de bakermat van de Transcontinental Railroad met aan het hoofd de magnaat Latham Cole (Tom Wilkinson). Die droomt ervan om zijn spoorlijn nationaal door te trekken. Niet alleen Cavendish zorgt voor problemen, ook de op het oorlogspad zijnde Comanches dreigen roet in het eten van de spoormanplannen te gooien. Tijdens de klopjacht op Butch wordt Dan gedood en John voor dood achtergelaten. Hij wordt (met de nodige dosis geluk) gered door de Comanche Tonto, die zelf ook jacht maakt op Butch. Waarop het duo willens nillens samen aan de slag gaat om de misdaad te bestrijden, of toch vooral – in dit origineverhaal althans – om Butch bij de lurven te vatten.

Producer Jerry Bruckheimer probeerde al sinds 2007 om een film rond de Lone Ranger op te zetten bij Disney. Disney hapte toe, en in september 2008 tekende Johnny Depp voor de rol van Tonto. De eerste draft van Elliot en Rossio bevatte bovennatuurlijke elementen (inclusief weerwolven), maar die werden in de tweede versie (gedeeltelijk herschreven door Haythe) zo goed als volledig weggevijld. Het project kwam uiteindelijk (niet geheel onverrassend) bij Gore Verbinski terecht, die voor Bruckheimer en Disney reeds de eerste drie razend succesvolle “Pirates”-films had geregisseerd. In augustus 2011 zette Disney het project echter stop. De Disneybonzen draaiden de geldkraan dicht toen het budget alsmaar meer de pan begon uit te swingen. Daar er al veel geld was gespendeerd aan de preproductie werd naar een oplossing gezocht, en die kwam er onder andere door Bruckheimer, Verbinski, Depp en Hammer elk twintig procent van hun loon te laten inleveren. Waarop de opnames in maart 2012 eindelijk van start konden gaan.

Waar Verbinski in de “Pirates”-trilogie verzoop in een stortvloed aan lawaaierige effecten en abominabele scenariokronkels (zeker in delen twee en drie), gaat hij ditmaal voor een helder gebracht verhaal en spreidt hij de actiesequenties meer in de tijd. “The Lone Ranger” leunt tonaal en visueel meer aan bij Verbinski’s “Rango” – die je eigenlijk als een soort animatieblauwdruk kan zien van “The Lone Ranger” – dan bij de zoutwateravonturen van Jack Sparrow. Slaan al die negatieve recensies dan de bal mis ?  Wat ons betreft wel. Goed, alles kon hier en daar zeker wat korter en compacter, maar laat dat het kind in u of in de aanpalende pluchen zetel niet tegenhouden om nog voor de maanden met de r eraan komen misschien wel de meest entertainende brok zomervertier van het seizoen mee te pikken.
Kortom, vade retro negatieve vibes: dat het Amerikaanse publiek er nauwelijks pap van lustte (alhoewel de teller er uiteindelijk toch nog op zo’n negentig miljoen dollar zal afklokken) heeft in dit geval weinig met de kwalitatieve waarde te maken. Eerder met een overaanbod en met gemeen gniffelende film-, economie- en roddeljournalisten die deze productie met iets teveel graagte afstraffen wegens budgetoverdaad en arrogantie van Disney en überproducer Jerry Bruckheimer. Geen “The Lone Ranger” sequel dus: reden genoeg om u eens extra te laten gaan tijdens de alle stoppen los-finale op de tonen van een door Hans Zimmer en Geoff Zanelli gepimpte versie van Gioachani Rossini’s “Willem Tell”-overture: een grand cru Indiana Jones rip-off die alleen al de prijs van een bioscoopticket (en een gratis aanbeveling van jullie immer alerte filmwebsite) waard is.

Alex De Rouck