Metro Manila

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2013
Releasedatum: 
28/08/2013
Filmgenre: 
Actie
Speelduur: 
114 minuten
Verdeler: 
A-film
Regisseur: 
Sean Ellis
Producent: 
Mathilde Charpentier
Jake Macapagal
/  
Oscar Ramirez
John Arcilla
/  
Douglas Ong
Althea Vega
/  
Mai Ramirez
Erin Panlilio
/  
Angel Ramirez
Iasha Aceio
/  
Baby Ramirez
Angelina Kanapi
/  
Charlie
Jm Rodriguez
/  
Alfred Santos
Ana Abad Santos
/  
Dora Ong
Moises Mag Isa
/  
Buddha
Reuben Uy
/  
JJ
Mario Visto
Danny Mag Isa
Ray Aragon
Jervie Cajarop
Jhay Castillo

Alsof de koloniale tijden nooit zijn weggewest. Amper een jaar nadat Welshman Gareth Evans in Indonesië “The Raid” draaide (de sequel is trouwens in de maak) levert Brit Sean Ellis - maker van het megamachtig mooie “Cashback” uit 2006 - het volledig in de Filippijnen gedraaide “Metro Manila” af. Overeenkomsten: beide films werden grotendeels met een lokale cast en crew gedraaid en beide kruipen elk op hun eigen intrinsieke manier onder de huid. “The Raid” door zijn exuberante actietableaus, “Metro Manila” door de manier waarop Ellis ‘derdewereldcinema’ weet om te toveren tot een ingenieuze misdaadthriller zonder dat hij daarbij de sociale relevantie uit het oog verliest.

In “Metro Manila” maken we kennis met de arme Filippijnse rijstboer Oscar Ramirez (Jake Macapagal). Die woont met zijn vrouw Mai (Althea Vega), dochtertje en baby in de provincie Banaue die hoofdzakelijk leeft van landbouw. En van corruptie: wanneer Oscar amper twee cent krijgt uitbetaald per pond rijst, kan hij niet langer in het levensonderhoud van zijn gezin voorzien. Waarop hij het plan opvat om zijn geluk te gaan beproeven in de hoofdstad. Eens daar aangekomen blijkt de droom al gauw een nachtmerrie. In een verstedelijkt gebied waar zo’n twaalf miljoen mensen elkaar voor de voeten lopen, blijkt er bijna geen ruimte voor solidariteit. Een (koosjere) job vinden blijkt bijna onmogelijk, en ook voor huisjesmelkers en bedrieglijke individuen blijkt het gezin van Oscar een makkelijke prooi. Zelfs geld om een tandarts te zoeken om zijn dochter van haar tandpijn te verlossen heeft het gezin niet. Gelukkig vinden ze na heel wat tegenslagen toch nog onderdak in een sloppenwijk.

Mai besluit om een job aan te nemen in een nachtclub waar ze zich tegen betaling laat bepotelen en vernederen. Alle Filippijnse peso’s helpen. Het is pas wanneer Oscar reageert op een vacature als veiligheidsagent dat de toekomst er rooskleurig begint uit te zien. Als arme boer zou Oscar nooit kans maken om een dergelijke verantwoordelijke job te kunnen uitoefenen, zijn verleden als soldaat en zijn doorzettingsvermogen maken van hem echter een ideale kandidaat om transport van geld en waardepapieren te bewaken. Een job die uiteraard niet zonder gevaren is, daar hij elke dag zijn leven in de waagschaal moet leggen daar nogal wat tuig het gemunt heeft op de fortuinen die worden verscheept. Oscar wordt onder de vleugels genomen van Ong (John Arcilla), een ancien in het vak die al heel wat collega’s zag sneuvelen. Ong maakt Oscar wegwijs in het reilen en zeilen van zijn job, en vat sympathie op voor de nieuwkomer. Zozeer zelfs, dat hij Oscar en zijn gezin onderdak verschaft in een appartement dat hij eigenlijk voor zijn minnares had gehuurd. Zoals Oscar zal ontdekken is ook vriendschap niet gratis in de metropool. Voor wat hoort wat, en indien Oscar zijn gezin een veilige toekomst wil schenken, zal hij keuzes moeten maken en offers moeten brengen.

“Metro Manila” werkt om verschillende redenen. Een daarvan is de manier waarop Ellis de kolkende metropool neerzet als een hoogst onkies duivels oord: met goede bedoelingen kom je er niet, wie wil overleven ziet zich verplicht alle scrupules en menselijke waarden overboord te gooien. Grootstadshorror die subtiele mokerslagen uitdeelt, gelukkig dat Ellis met zijn hoogst mobiele crew (handcamera inclusief) alsnog oog heeft voor kleine details die de hoop blijven koesteren in de dampende malaise.

Ellis en zijn crew namen de film op gedurende 35 dagen in december 2010 en januari 2011. Omdat ze zoveel beelden hadden geschoten, was Ellis achteraf zo’n zeven maand in de weer met de montage en de postproductie. Jake Macapagal was oorspronkelijk aangenomen als castingassistent om Ellis te helpen lokale acteurs te vinden, maar Ellis zag al gauw in dat Jake de logische keuze was om zelf de hoofdrol te vertolken. Ellis had het scenario volledig in het Engels geschreven en moest daarna toezien hoe het naar het Filippijns werd vertaald en geïnterpreteerd door de cast. Het feit dat Ellis de plaatselijke taal niet machtig was en hij met tolken moest werken heeft alvast geen negatieve invloed op het resultaat.
Integendeel. Zo sterk is Ellis’ filmische finesse dat zelfs potentiële sentimentele uitschuivers (plaats eens een meisje naast een Disneypop die haar ouders niet kunnen betalen en schop daarbij het materialisme van de gegoede klasse een geweten) moeiteloos overeind blijven. In het catharsisrijke laatste halfuur laat Ellis de plotnaden misschien iets te makkelijk in elkaar klikken, maar dat verhindert niet dat de ontknoping zowel verhaaltechnisch als regiematig werkt. Wat weliswaar niet de verdienste is van Ellis alleen: de uitstekende vertolkingen (Jake Macapagal op kop) zijn een extra reden waarom “Metro Manila” het nekvel van de welwillende cinefiel niet lost. Wie trouwens wil zien hoe lokale cineasten de hel in Manila zien, zoekt best eens het werk van filmmakers als Brillante Mendoza op. Weet wel dat het er in de meeste Filippijnse producties vaak nog schrijnender en emotielozer aan toegaat - getuige bijvoorbeeld Mendoza’s gecontesteerde en hondsbrutale “Kinatay” waarvoor hij in 2009 de beste regieprijs won op het festival van Cannes.

Alex De Rouck