Noah

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2014
Releasedatum: 
09/04/2014
Filmgenre: 
Speelfilm
Speelduur: 
138 minuten
Verdeler: 
U.I.P.
Regisseur: 
Darren Aronofsky
Producent: 
Scott Franklin
Darren Aronofsky
Mary Parent
Arnon Milchan
/  
Noah
Jennifer Connelly
/  
Naameh
Nick Nolte
/  
Samyaza
Emma Watson
/  
Ila
Ray Winstone
/  
Tubal-cain
/  
Methuselah
Douglas Booth
/  
Shem
Logan Lerman
/  
Ham
Kevin Durand
/  
Og
Dakota Goyo
/  
Jonge Noah
Marton Csokas
Madison Davenport
Leo McHugh Carroll
Gavin Casalegno
Nolan Gross

Al die willen te kaap’ren varen (of te ark’en) moeten mannen met baarden zijn. Meteen de reden waarom Genesis-figuur (het boek uit de bijbel, niet de muziekgroep met Peter Gabriel en/of Phil Collins) Noah op zowat elke afbeelding een joekel van een baard meetorst. Met die van Russell Crowe valt het wat beter mee. Niet de enige aanpassing die Darren Aronofsky deed aan het bronmateriaal trouwens. Integendeel, zijn aanpassingen en interpretaties waren genoeg om zowel de christelijke als moslimgemeenschap te doen steigeren, met als gevolg dat “Noah” nogal voor wat ophef zorgde en in bepaalde gebieden niet mag worden uitgebracht. Nu ja, wat heet ophef … zelfs Ron Howards “The Da Vinci Code” werd destijds onder religieus vuur genomen, en dat kan je bezwaarlijk een heiligschennende prent noemen.

Wie de bronteksten van Noah en zijn ark nog eens wil nalezen kan daarvoor terecht in hoofdstukken zes tot negen van de genesis in het Oude Testament of in de eenenzeventigste soera van de Koran. Of in een kinderbijbel, waar het allemaal wat eenvoudiger neergeschreven staat. En waarin het zich wat makkelijker laat samenvatten: God was zo kwaad op de mensen dat hij besloot hen te straffen door de aarde te laten overspoelen door een stortvloed en hevige regen die 370 dagen zou duren. Hij gaf Noah de opdracht een ark te bouwen die hij vervolgens met zijn gezin mocht bemannen, en waarop hij van elke diersoort een koppel mocht meenemen zodat hij – nadat de zonden van de wereld waren weggespoeld – een nieuwe samenleving kon opbouwen. Amen en halleluja.

Het verhaal van Noah en de ark is al ettelijke keren eerder verfilmd, en was in 1979 zelfs inspiratie voor het Suske en Wiske-album “De Adellijke Ark”. In 1928 draaide Michael Curtiz met “Noah’s Ark” een prent waarin de zondvloed dienst deed als raamvertelling in een plot die zich grotendeels in de eerste wereldoorlog afspeelde. Een film die bekendheid genoot (en nog steeds geniet) door de grote schaal waarop alles werd ingeblikt, door het feit dat het een van de eerste (gedeeltelijke) geluidsfilms was en zelfs een beetje omdat John Wayne één van de extra’s op de set was die nagenoeg bijna echt werd weggespoeld door de gesimuleerde vloedgolf. Met “Noah” kiest Darren Aronofsky eveneens voor de epische aanpak. Gewapend met een budget van 125 miljoen dollar gaat hij visueel alvast voluit: de ark en het wassende water zagen er nog nooit zo spectaculair uit.

“Noah” is geen opdrachtfilm voor Aronofsky. Integendeel, het is een persoonlijk troetelproject dat hij al lange tijd op poten probeerde te zetten. Als het van hem afhing, kwam zijn visie op de stortvloedsaga er reeds na zijn lowbudgetdebuut “Life of Pi”, uiteraard ontbrak het hem toen aan geldschieters en ervaring. Op verschillende momenten in zijn steeds succesvoller wordende carrière probeerde Aronofsky het opnieuw, al bleek geen enkele studio er happig op om hem te steunen. Waarop hij zijn scenario liet uitwerken als graphic novel, waarvan het eerste deel in 2011 verscheen. Na het succes van “Black Swan” besloten Paramount en productiepartner Arnon Milchan toch om Aronofsky de kans te geven zijn bijbels epos te verfilmen. Een bijbels epos dat trouwens raar aanvoelt en nooit echt sluitend aanvoelt. In de jaren vijftig en zestig waren dergelijke epen schering en inslag, en – gezien in de tijdsgeest – werken die nog. Hoe pathetisch de wel heel devote en vrome christelijke insteek in producties als “Ben-Hur”, “The Ten Commandments” en “Quo Vadis” mag zijn, het staat geenszins een vier- of vijfsterrenwaardering van die onsterfelijke klassiekers in de weg. Bij “Noah” kleeft de lijm niet. Zo komt de scène waarin Noah uit godsdienstige devotie bijna op het punt staat om een baby op te brengen eerder lachwekkend dan begeesterd over. Ook omdat Aronofsky op meer dan de twee paarden aan boord van de ark wedt: hij wil zowel een getrouwe versie van als een persoonlijke visie op het bijbelverhaal brengen, en stopt er daarnaast nog eens elementen in die eerder werken in het fantasygenre (ok, wat de bijbel ook een beetje is) dan in het devote massaspektakel. Nergens is dit duidelijker dan in de manier waarop Aronofsky de gevallen engelen annex 'watchers' vormgeeft. Als wandelende rotsen die eigenlijk op zoek zijn naar de set van de derde “Hobbit”-film en niet in de gaten hebben dat ze tegenover Noah in plaats van Gandalf staan. Alles samen leidt dit niet naar een rechtlijnig resultaat, maar naar een film die hoogtes afwisselt met laagtes. Zit je het ene moment in opperste vervoering te kijken naar het lef van Aronofsky, op andere momenten lig je dan weer gevloerd door verveling te wachten tot wanneer het eindelijk stopt met regenen en zegenen.

Ook de cast is wisselvallig: Russell Crowe doet zijn best om een interessante Noah neer te zetten, maar dobbert mee op het vaak warrige scenarioverloop. Jennifer Connelly heeft als Noahs vrouw een magere rol, Emily Watson toont opnieuw dat ze “Harry Potter” mooi is ontgroeid als Noahs schoondochter. Ray Winstone is als Tubal-cain de slechterik van dienst: een bruut – afstammeling van Kain uiteraard – die per se mee wil met de ark en het allemaal ziet als een religieus geïnspireerde potige actieprent. En Anthony Hopkins loopt verloren als de wel heel hoogbejaarde Methusalem.
Blijft over: de look en feel, meteen het meest geslaagde aspect. De ark werd zo natuurgetrouw mogelijk nagebouwd op ware grootte, de dieren zijn allemaal digitale schepselen groot en klein, en de desolate natuurbeelden – grotendeels opgenomen in IJsland – zorgen voor de juiste apocalyptische toets. Als spektakelprent heeft “Noah” dus zeker zijn momenten, zij het niet de kracht om de vele koerswijzigingen zonder averij te doorstaan. Gelukkig is het wars van alle inzinkingen alsnog een interessant geheel dat heel wat voer biedt voor het nodige gepalaver achteraf – al dan niet in honderdveertig Twittertekens. Dat is toch ook al wat.

Alex De Rouck