Pirates of the Caribbean : Salazar´s Revenge

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2017
Releasedatum: 
24/05/2017
Filmgenre: 
Actie
Avontuur
Speelduur: 
128 minuten
Verdeler: 
Walt Disney Studios Motion Pictures
Regisseur: 
Joachim Rønning
Espen Sandberg
Producent: 
Jerry Bruckheimer
Uitvoerend Producent: 
Mike Stenson
Chad Oman
Joe Caracciolo Jr.
Terry Rossio
Brigham Taylor
/  
Kapitein Jack Sparrow
Javier Bardem
/  
Kapitein Salazar
Geoffrey Rush
/  
Kapitein Hector Barbossa
Orlando Bloom
/  
Will Turner
Kevin R. McNally
/  
Joshamee Gibbs
Kaya Scodelario
/  
Carina Smyth
Brenton Thwaites
/  
Henry
David Wenham
/  
Scarfield
Stephen Graham
/  
Scrum
Kaya Scodelario
/  
Carina Smyth
Golshifteh Farahani
/  
Haifaa Meni
Lewis McGowan
/  
Henry (jong)
Martin Klebba
/  
Marty
Keira Knightley
/  
Elizabeth Swann
Angus Barnett
/  
Mullroy
Mahesh Jadu
/  
Spaanse Soldaat

Hoeveel halfdode spookpiraten zijn er eigenlijk en waarom moeten die allemaal in het vaarwater van Jack Sparrow komen? Het is een vraag waar elke zichzelf respecterende zoetwatermatroos zonder twijfel een thesis of filosofische verhandeling kan aan wijden, maar dat zou iets teveel lange zinnen met komma’s, gedachtestreepjes, voetnoten en (sic)-annotaties vergen voor een antwoord dat in een kromgetrokken grammaticale aberratie ook gewoon in een eenvoudige Filmfreakrecensie kan na een verhelderende dubbele punt: omdat Jerry Bruckheimer vindt dat het zo moet. Nem. Bruckheimer neemt in zijn “high profile” producentenoeuvre geen genoegen met stillevens, en kiest steevast voor een constant bewegende aanpak waarin alles hip, over de top en slagzijmakend moet zijn. Terwijl een in maillot of cape snerende Errol Flynn nog steeds meer tot de verbeelding spreekt dan eender welke CGI-rollade die Bruckheimer in de “Pirates Of The Caribbean”-franchise laat zien.

Toegegeven, de reeks heeft zijn momenten: “The Curse Of The Black Pearl” was (wegens nieuw) best te pruimen en Johnny Depp pirateert evenveel keer raak als mis. Maar vanaf het tweede deel schaadde de overdaad: de scenario’s leken steeds meer geschreven door lobotomiechimpansees met een geamputeerde rechterarm en wie “On Stranger Tides” kon uitzitten zonder een knoop in zijn oogleden te leggen verdiende op zijn minst een kus van de cinemapluchejuf of -meester én een wisselbeker voor zelfkastijdend uithoudingsvermogen. Even zag het er naar uit dat de reeks zich met dat vierde deel in 2011 zelf gekielhaald had, maar dat was buiten Bruckheimer gerekend. De franchise brengt immers nog steeds geld op, en een vijfde en zesde deel werden al snel aangekondigd. En daarna terug bijgespijkerd en vertraagd: na de tegenvallende recette van “The Lone Ranger” werd niet meer gekozen voor een tweeluik, maar voor een standalone-avontuur met een script dat volgens Bruckheimer het beste uit de reeks moest worden. Helaas piratenkaas.

Om helemaal correct te zijn: de halfdode die in “Salazar’s Revenge” – in Amerika uitgebracht als “Dead Men Tell No Tales” jacht maakt op Sparrow is geen piraat, maar een capitan die destijds zijn boterhammen besmeerde met piratengehakt, en daardoor door een jonge Sparrow werd vervloekt tot een zombieschilferend leven in de schaduwen. Enkel de drietand van Poseidon kan Salazar en zijn bemanning terug mens maken.

Die drietand is meteen de McGuffin van dienst, daar Sparrow zich verplicht ziet om die drietand te vinden. Niet alleen omdat Salazar (Javier Bardem) hem anders een kopje kleiner maakt, maar ook omdat Henry (Brenton Thwaites), de zoon van Will Turner (Orlando Bloom) het hebbeding wil om zijn vader te redden. Kapitein Barbossa (Geoffrey Rush) wil de grote vork dan weer bemachtigen om zijn zeeschatten te vrijwaren, terwijl horologe Carina Smyth (Kaya Scodelario) wil bewijzen dat ze als vrouw meer in haar wetenschappelijke mars heeft dan de hooggeleerde mannen rond haar heen, wat haar met het label heks door het leven doet gaan.

“Salazar’s Revenge” grossiert in de eerste plaats in magie, en helaas pas in de tweede in swashbucklerpret. De finale is daardoor eens te meer een van de pot gerukte kakafonie waarin alles beweegt en beeft, maar niets resoneert. Meteen het bewijs dat de hoop dat de regie van Noren Joachim Ronning en Espen Sandberg (“Kon-Tiki”) iets kunstzinnig kon toevoegen aan de reeks ijdel was. Of het nu Joachim, Espen, Gore, Rob, Jan, Piet, Joris of Corneel is die aan de regieknoppen mag draaien, verschil in stijl en aanpak is er niet. Dat “Salazar’s Revenge” uiteindelijk ietsje beter oogt dan “At World’s End” en “On Stranger Tides” komt omdat er af en toe ruimte lijkt voor geïnspireerde leut – de horologegrap bijvoorbeeld zit zo scherp dat ze drie kwartier later nog een punchline krijgt. Punch zit er voor de rest niet in deze vijfde worp: veel geblaat en veel lawaai in een rammelend script dat schippert tussen verveling en migrainitis. Meer dan ooit tijd dus om deze franchise naar een zeemansgraf te begeleiden.

Alex De Rouck