Rise of The Planet Of the Apes

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2011
Releasedatum: 
10/08/2011
Filmgenre: 
Science-Fiction
Speelduur: 
105 minuten
Verdeler: 
20th Century Fox
Regisseur: 
Ruypert Wyatt
Producent: 
Rick Jaffa
Peter Chernin
Dylan Clark
James Franco
/  
Will Rodman
Tom Felton
/  
Dodge
Andy Serkis
/  
Caesar
Freida Pinto
/  
Caroline
John Lithgow
/  
Charles Rodman
Brian Cox
/  
John Landon

Vergeet de latex maskers en de hoge campfactor: Twentieth Century Fox’ heropstart van de genesis van hun “Planet Of The Apes”-serie oogt moderner dan modern. Met de hulp van motion capturing, Andy Serkis en de bollebozen van de Nieuw-Zeelandse toverdoos Weta Digital zijn de apen in deze prent even realistisch als de kontkrabbende exemplaren in de zoo. Of misschien zelfs realistischer.

Wie “Rise Of The Planet Of The Apes” wil inlassen in de reeks die startte met de Charlton Heston-klassieker uit 1968 kan hem in de plaats zetten van “Conquest Of The Planet Of The Apes” uit 1972. Daarin was eveneens te zien hoe de apen hun onderdrukking beu waren en aan hun verovering van moeder aarde begonnen. Helemaal identiek is het niet: in “Conquest” kwamen de apen in opstand omdat ze als slaven werden uitgebuit (en uiteraard slecht werden behandeld) door de mensheid, die apen was beginnen trainen als huisdier nadat een virus honden en katten had gedood. In “Rise” komen de apen in opstand nadat de genetisch gemanipuleerde Caesar niet langer kan aanzien hoe ze als minderwaardig worden behandeld door de zich superieur wanende mensen. Een filmswitch die trouwens niet echt hoeft, daar deze prent hoogstwaarschijnlijk het begin zal inluiden van een nieuwe reeks, waardoor Tim Burtons tien jaar oude en inmiddels al lang vergeten remake van het origineel zo goed als zeker de vreemde eend in de franchisebijt zal blijven. Afgaand op de intrinsieke kwaliteiten van deze “Rise” hoeven uw cinefiele genen daar alvast niet rouwig om te zijn.

In de eerste scène leven de chimpansees nog in peis en vree in hun bosrijke jungleomgeving. Lang duurt de vrede niet, daar jagers het op hen hebben gemunt. We zien al snel waarom: de apen worden gebruikt als proefkonijn bij de ontwikkeling van een middel tegen Alzheimer. Het team van wetenschapper Will Rodman (James Franco) spuit het virus in bij de chimpansees, met als gevolg gemuteerde genen en een welhaast menselijke intelligentie bij de dieren die sowieso al niet dom zijn. Jammer voor Rodman loopt de officiële voorstelling van het effect van het medicijn op de chimpansee Bright Eyes in het honderd en wordt de geldkraan dichtgedraaid. Waardoor Will tegelijkertijd de kans om zijn aan alzheimerlijdende vader Charles (John Lithgow) te genezen in duigen ziet vallen.

Will ontfermt zich over Bright Eyes’ jong die Caesar wordt gedoopt. Al snel wordt duidelijk dat het aapje de intelligente genen van zijn moeder heeft meegekregen en het dier blijkt even slim te zijn als een mens. Wat meteen wil zeggen dat hij opkomt voor zijn rechten: wanneer Caesar volwassen is en een man aanvalt die ruzie heeft met Charles, ziet Will zich genoodzaakt om zijn huisdier/vriend achter te laten in een opvangtehuis voor apen. Waar hij (verrassing verrassing) uiteraard af en toe een fikse pandoering krijgt, daar de medewerkers daar niet echt hoog oplopen met dierenwelzijn. Waarop Caesar ontsnapt, het virus inpikt en het gebruikt om de apen in de zoo te bevrijden waarna ze op zoek gaan naar een plek waar ze zonder menselijke bemoeienis kunnen leven. Wat Caesar niet weet – en Will trouwens ook niet – is dat het virus dat de apen slimmer maakt tegelijkertijd dodelijk is voor de mens.

In het begin zoekt de Britse regisseur Rupert Wyatt (van het schandelijk onderschatte gevangenisdrama “The Escapist”) nog wat zijn weg. De scènes waarin James Franco dankzij experimenten met een gen op in het wild gevangen chimpansees er bijna in slaagt een middel tegen Alzheimer te ontwikkelen, bliezen ons niet van de sokken. Ook de subplot met John Litghow komt ietwat onafgewerkt en overbodig over, Brian Cox (als eigenaar van het apentehuis) loopt er wat verloren bij en de relatie tussen James Franco en Freida Pinto raakt ook niet echt van de grond. Hoe verder de film vordert, hoe beter hij echter wordt. Zelfs de onsterfelijke “take your stinking paws off me, you damned dirty ape”-one liner passeert de revue.
Het echte schot in de roos is echter de ontwikkeling van Caesar. Andy Serkis ontpopt zich na zijn mocap-hoofdrol in Peter Jacksons “King Kong” opnieuw tot een exquisiet apenacteur en treedt zo in de voetsporen van Rick Baker, die onder meer in Dino De Laurentiis’ “King Kong” (1976), “Greystoke” (1984) en “Gorillas In The Mist” (1988) meewerkte aan de aapbewegingen die vandaag nog steeds realistisch ogen. De menselijke emoties die Serkis toevoegt aan het apenkarakter zijn echter van een nog hogere orde: zelfs Gollum zou er met open 'precioussss'-mond naar staan kijken. Voeg daar als klap op de vuurpijl een explosieve en beestig goede climax met zo goed als foutloos uitgevoerde digitale magie bij en je hebt een bioscoopervaring die iedereen van 7 tot 777 zou moeten weten te verbazen.

Alex De Rouck