Seven Psychopaths

Categorie: 
Langspeelfilm
Productiejaar: 
2013
Releasedatum: 
30/01/2013
Filmgenre: 
Komedie
Speelduur: 
110 minuten
Verdeler: 
Entertainment One
Regisseur: 
Martin McDonagh
Colin Farrell
/  
Marty
Sam Rockwell
/  
Billy
Woody Harrelson
/  
Charlie
Christopher Walken
/  
Hans
Tom Waits
/  
Zachariah
Abbie Cornish
/  
Kaya
Olga Kurylenko
/  
Angela
Harry Dean Stanton

Het is een mooi getal, zeven. Niet alleen in Bijbelse liederen die her en der nog wel eens ten berde worden gebracht als er iemand tot zeven maal zeventig maal van zijn schulden moet worden verlost, maar ook in het wonderbaarlijke land van de (oh zalig toeval) zevende kunst. Denk bijvoorbeeld aan Sneeuwwitjes zeven dwergen, de zeven samoerais en hun cowboyevenbeelden, Tom Ewells zevenjaarskriebel of Sinbads zevende reis. Het is helaas niet allemaal rozengeur en maneschijn in zevenland: getuige het slechts gedeeltelijk overtuigende “Seven Psychopaths” van de Ier Martin McDonagh, die ons vier jaar terug nochtans wist te verblijden met het uitstekende “In Bruges”.

Met de aftrap zit het nochtans snor zoals blijkt uit de openingsscène waarin “Boardwalk Empire”-acteurs Michael Pitt en Michael Stuhlbarg worden neergeknald na een dialoog die niet zou hebben misstaan in Tarantinoland. Een opstapje naar een meanderende met zwarte humor overgoten parabel over de met een alcoholprobleem kampende Ierse scenarist Marty Faranan (Colin Farrell). Die wil in Hollywood een scenario schrijven over zeven psychopaten, maar heeft te kampen met een writer’s block die “Barton Fink”-achtige proporties aanneemt. Zijn vriend, de door Sam Rockwell vertolkte kwakkelende acteur Billy Bickle (neen beste Scorsese-fans, de familienaam is geen toeval) wil hem gerust helpen. Niet zo verwonderlijk, daar Billy zelf psychopathische neigingen heeft en zich aangetrokken voelt tot de misdadige onderbuik van Los Angeles. Bovendien klust hij samen met Hans Kieslowski (Christopher Walken) bij als hondenontvoerder: wanneer het baasje even niet oplet gaan zij er met de hond vandoor, om vervolgens later aan te bellen bij de eigenaar en zo het vindersloon op te strijken.

Een plan dat minder goed lijkt te slagen als Billy er per ongeluk vandoor gaat met Bonny, de geliefde shih tzu van de geflipte maffiabaas Charlie Costello (Woody Harrelson in een rol die oorspronkelijk door Mickey Rourke zou worden vertolkt, totdat die het aftrapte na een onenigheid met McDonagh). Costello wil kost wat kost zijn hond terug en zet met zijn wraakactie een radarwerk in gang dat uiteindelijk Marty uit zijn writer’s block impasse zal halen. McDonagh doet heel hard zijn best om hip te zijn. Hij kijkt niet op een goor bloedbad of twee (de door Tom Waits verzorgde flashback is – in al zijn extremiteiten - hilarisch) en komt met een paar geslaagde sequenties voor de dag, die met de Amish psychopaat (vertolkt door Harry Dean Stanton) en de Vietnamese psychopaat op kop. Duidelijk is dat “Seven Psychopaths” niet alleen de mosterd bruikleent bij Tarantino en de broertjes Coen, maar zelfs bij de metafysische hersenkronkels van Charlie Kaufman. Een beetje veel hooi op de vork zo blijkt, want eens alle personages zijn geïntroduceerd krijgt McDonagh het zelf moeilijker om alles boeiend te houden.

Halverwege stuikt het kaartenhuis in elkaar: alsof de dappere Ier zelf niet meer weet waar hij naar toe wil terwijl hij de clichés van de gangsterkomedie bewust uitvergroot en de Amerikaanse geweldcultuur te kakken zet. Ook de symbiose tussen de verbeelding van de schrijver en het al dan niet echte leven gaat uiteindelijk aan over het paard getilde ambiguïteit ten onder. Want - zo suggereert McDonagh - niet alles wat je te zien krijgt is echt. Misschien speelt alles zich gewoon af in het onderbewuste van Marty of droomt hij alles en zijn de personages gewoon afkomstig van zijn scenario. Enfin, het kan alle kanten uit, misschien is het nog het eenvoudigst om alles gewoon te bekijken als een verhaal waarin iedereen echt is. Welke piste je ook kiest, feit is en blijft dat het tweede uur betrekkelijk minder tot de verbeelding spreekt dat het eerste.

Ja, er valt soms hard te lachen in “Seven Psychopaths” en McDonagh toont opnieuw zijn talent voor geschifte situaties en klinkende one liners, maar aan het eind van de rit komt hij een paar broodnodige punten te kort om het verdict geslaagd opgespeld te krijgen. Of hoe McDonaghs saus beter pakte in de schaduw van het Brugse Belfort dan in het zonovergoten Californië. Jammer, want sommige scènes zijn dan weer te goed (de confrontatie in het ziekenhuis tussen Harrelson en Walken bijvoorbeeld) om ze blindelings met het kind en het badwater weg te gooien.

Alex De Rouck