X-Men : First Class

Productiejaar: 
2010
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
01/06/2011
Verdeler: 
20th Century Fox
Speelduur: 
132 minuten
Filmgenre: 
Actie
Regisseur: 
Matthew Vaughn
Producent: 
Lauren Shuler Donner
Simon Kinberg
Gregory Goodman
Bryan Singer
/  
Sebastian Shaw/Dr. Schmidt
Michael Fassbender
/  
Erik Lehnsherr
Rose Byrne
/  
Moira MacTaggert
Jennifer Lawrence
/  
Raven/Mystique
James McAvoy
/  
Charles
January Jones
/  
Emma Frost
Nicholas Hoult
/  
Hank/Beast
Zoe Kravitz
/  
Angel Salvadore/Wings
Oliver Platt
/  
MIB
Jasn Flemyng
/  
Azazel
Lucas Till
Caleb Landry Jones
Alex Gonzalez
Ed Gathegi

Nadat de “X-Men”-spinoff “Wolverine” een stinkende scheet in een fles bleek te zijn, werd de op stapel staande film over de jonge jaren van Magneto opgeborgen, en ontstond het idee om een “X-Men”-prequel te maken die niet alleen de jeugdjaren van de metaalbuiger omvatte, maar ook die van zijn voormalig spitsbroeder Xavier en die van de eerste lichting mutanten. Heel wat beleg op de boterham dus, waardoor de fans van meet af aan mochten hopen dat het hele project niet als een overbevolkt vlot de dieperik zou ingaan.

Goed nieuws was alvast dat Bryan Singer zich bereid toonde om terug op de regiestoel post te vatten. Hij werkte mee aan de verhaalblauwdruk, die vervolgens door Ashley Edward Miller en Zack Stentz (“Terminator: The Sarah Connor Chronicles”, “Thor”) in scenariovorm werd gegoten. In maart 2010 liet Singer echter verstaan dat hij de film toch niet zou regisseren, maar de voorkeur gaf aan de regie van “Jack The Giant Killer” (een film die pas in juni 2012 in première gaat). En zo kwam de Brit Matthew Vaughn in het vizier, die samen met co-scenariste Jane Goldman (met wie hij eerder al “Stardust” en “Kick-Ass” draaide) het verhaal nog verder verfijnde. Op zich een verrassende keuze, daar Vaughn zijn bruggen bij Twentieth Century Fox wat had verbrand door het destijds af te trappen op de set van “X-Men: The Last Stand” wegens zogenaamde 'creatieve meningsverschillen'. Geen kwaad woord over Singer, maar Vaughn op de regiestoel laten plaatsnemen was alvast geen slechte beslissing: enerzijds kleurt hij verder met de platen die Singer destijds ontwierp, maar hij ziet “X-Men: First Class” ook als een hommage aan de vroege James Bondfilms. En dat levert mooie koude oorlogsscènes op met malafide Russen, door het zwerk vliegende duikboten en de megawunderbarlijk gecaste Kevin Bacon als ersatzBlofeld.

De film begint in 1944. De jonge snaak Erik Lensherr wordt met zijn moeder naar een concentratiekamp gevoerd, en de jongen is zo kwaad wanneer hij van zijn moeder wordt gescheiden dat hij puur met zijn wilskracht het ijzeren hekken van het kamp plooit (een scène waar ook de eerste “X-Men”-film mee begon). Dat plooien wordt opgemerkt door de kampwachter Schmidt Kevin Bacon) die besluit om Eriks krachten voor eigen gebruik aan te wenden. Nadat Schmidt Eriks moeder vermoordt, zweert de jongen zich echter te zullen wreken op de kampbeul. Tegelijktertijd groeit in Westchester County de jonge telepaat Charles Xavier op, en die bevriendt Raven, een jong meisje dat in staat is eender welke vorm aan te nemen.

Een sprong naar 1962 en we zien hoe de volwassen Erik (Michael Fassbender) de wereld afreist op zoek naar Schmidt en tegelijkertijd afrekent met zijn handlangers. Charles Xavier (James McAvoy) schrijft intussen aan de Oxforduniversiteit een tesis over mutatie en wordt benaderd door CIA-agente Moira McTaggert (Rose Byrne) die hem vraagt of hij haar sceptische oversten kan overtuigen dat mutanten wel degelijk bestaan. Zelf was Moira getuige hoe kolonel Hendry door mutanten werd ontvoerd, maar haar verhaal wordt op nogal wat scepsis onthaald. Tijdens de speurtocht naar Hendry ontmoeten Xavier en McTaggert Lensherr die ontdekt dat de tycoon Sebastian Shaw – verantwoordelijk voor de ontvoering van Hendry – niemand minder dan Schmidt is, die ditmaal een pact heeft gesloten met de Russen om via kernwapens een nieuwe wereldoorlog uit te lokken. Lensherr is niet geïnteresseerd in het aanbod van Xavier om deel uit te maken van een speciale mutanteneenheid, daar hij liever op zijn eentje Shaw wil vermoorden. Intussen neemt het aantal mutanten dat voor de CIA wil werken toe, en stoomt Xavier de eerste lichting X-Men klaar om de plannen van Shaw te dwarsbomen.

Een overvolle plot dus: we leren waarom de wegen van Erik Lensherr (die zich gaandeweg ontwikkelt tot zijn alter ego Magneto) en Charles Xavier uit elkaar liepen, hoe de CIA mutanten in dienst nam, hoe de Cubaanse rakettencrisis eigenlijk georchestreerd was door een machtsgeile mutant, hoe sommige mutanten zich wilden mengen met de mensen en anderen er zich van wilden afscheuren, en dat January Jones in een diamantenmadam kan veranderen als ze niet kettingrokend in de achtertuin van Don Draper draaft (of hoe ook de fans van de vijfsterrenreeks ‘Mad Men’ met deze film in hun nopjes zullen zijn). Een beetje veel bagage voor een film misschien, en ja, sommige scènes – vooral die met de jonge mutanten – lopen daardoor wat verloren. Maar dat drukt de pret nauwelijks: de sixtiessetting ademt zowel kunst als kitsch uit, de cast is geïnspireerd en kent meer dan een kunstje (kijk en leer, Johnny Depp) en de actiescènes die werden gedraaid onder supervisie van “Star Wars”-veteraan John Dykstra zijn een lust voor het blockbusteroog. Om het met de woorden van de kraaien uit “Dumbo” te zeggen: je zal geloven dat een duikboot kan vliegen.

We zouden rustig ook een paragraaf kunnen vullen met een overzicht van minder geslaagde scènes (Vaughn had nogal wat te kampen met studiodruk die de film per se tegen juni af wou hebben en moest daardoor nogal wat toegevingen doen) of uitschuivers, maar we laten de kritische noot ditmaal in de bolster. Daarvoor is de plaats die “X-Men: First Class” inneemt in het canon van Marvelverfilmingen te entertainend, met een beloning van vier sterren als resultaat. Intussen is het nog niet echt duidelijk waar Fox heen wil met de franchise: er wordt – na het vertrek van Darren Aronofsky – gezocht naar een nieuwe regisseur voor de tweede Wolverine-film (stiekem hopen we dat ze er geentje vinden, maar soit), er zou nog een spin-off komen rond Dead Pool (vertolkt door Ryan Reynolds) en producente Lauren Schuler Donner sluit niet uit dat er ook nog vervolgen komen op de eerste trilogie. Allemaal goed en wel (misschien), maar waar wij vooral op hopen is op een sequel waarin McAvoy en Fassbender terug van de partij zijn. Een “X-Men: Second Class” in de jaren zeventig gesitueerd rond Nixon en Watergate bijvoorbeeld. Maar laat ons het vel van de gemuteerde beer niet verkopen vooraleer die geschoten is: in de tussentijd is deze eersteklas brok ontspanning een aanrader voor iedereen die blij is dat het niet allemaal “Pirates Of The Caribbean”-drek is die de Hollywoodstudio’s uitbraken.

Alex De Rouck