American Hustle

Productiejaar: 
2013
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
12/02/2014
Verdeler: 
Paradiso
Speelduur: 
138 minuten
Filmgenre: 
Komedie
Regisseur: 
David O. Russell
Producent: 
Megan Ellison
Charles Roven
Richard Suckle
Jonathan Gordon
Jennifer Lawrence
/  
Rosalyn Rosenfeld
/  
Irving Rosenfeld
Bradley Cooper
/  
Richie DiMaso
Amy Adams
/  
Sydney Prosser
Jeremy Renner
/  
Carmine Polito
Louis C.K.
/  
Stoddard Thorsen
Michael Pena
/  
Paco Hernandez
Alessandro Nivola
/  
Anthony Amato

Zoals er op een koekjesverpakking 'kan sporen van noten bevatten' staat, zo zou er op de generiek van David O. Russells “American Hustle” 'kan sporen van Martin Scorsese, Paul Thomas Anderson en zelfs Steven Soderbergh bevatten' moeten staan. Russells flamboyante en deels waarheidsgetrouwe oplichtersfilm heeft immers nogal wat visuele raakpunten met “Casino/Goodfellas”, “Boogie Nights” en “Ocean’s Eleven”. Dat Russell niet met een eigen herkenbare stijl te koop loopt, zal hem waarschijnlijk worst wezen: na “The Fighter” en “Silver Linings Playbook” is dit zijn derde film op rij die (vooral in Amerika) hoge ogen gooit bij het publiek, de filmjournalisten en de dames en heren die beslissen wie welke Oscarbeeldjes krijgt.

Basis van “American Hustle” is het zogenaamde Abscam-schandaal: eind jaren zeventig zette de FBI een operatie op poten waarmee ze corrupte politici probeerden te betrappen bij foute geldtransacties. De FBI werkte daarvoor samen met valse Arabische sjeiks en een echte oplichter. Die oplichter heette Melvin Weinberg, maar werd voor de film volledig gefinetuned naar de fictieve Irving Rosenfeld (Christian Bale). Niet de enige fictieve noot trouwens: Russell gebruikt het Abscam-gegeven vooral voor een losse adaptatie waarin elk personage ofwel fictief is ofwel slechts licht gebaseerd is op de ware karakters.

Rosenfeld is een selfmade oplichter: hij is de eigenaar van een aantal stomerijen, maar houdt zich tijdens en achter de uren vooral bezig met het in de luren leggen van potentiële investeerders. Valse beloftes, valse kunstwerken, malafide leningen … Rosenfeld kijkt niet op een valstrik min of meer om rijk te worden dankzij de goedgelovigheid van zijn slachtoffers. Rosenfeld is gehuwd met de vlug op haar paard zittende Rosalyn (Jennifer Lawrence) die een zoontje heeft uit een vorig huwelijk. De opvliegende en niet al te snuggere Rosalyn (die zichzelf vooral als 'trofee-echtgenote' ziet) is één van de redenen dat Irving zich eigenlijk niet zo gelukkig voelt. Dat hij toch bij haar blijft komt vooral omdat hij het niet over zijn hart kan krijgen om haar zoontje in de steek te laten. Toch komt er een serieus haar in de relatieboter wanneer Irving stapelverliefd wordt op Sydney Prosser (Amy Adams) die zowaar nog meer kaas blijkt gegeten te hebben van oplichterspraktijken.

Sydney ziet een samenwerking met Irving helemaal zitten en samen slagen ze erin om een paar hoogst lucratieve deals te sluiten. Helaas voor hen is de FBI hen op het spoor, en Sydney verzeilt in de gevangenis. FBI-agent DiMaso (Bradley Cooper) is echter bereid een deal te sluiten. Hij wil nog grotere vissen vangen en belooft Irving en Sydney dat ze niet worden vervolgd wanneer ze hem helpen bij een undercoveroperatie. Aanvankelijk is die gericht op misdadigers van het kaliber van Irving, tot wanneer DiMasso het plan opvat om achter politici aan te gaan die het niet zo nauw nemen met de wet. Zo richt DiMasso zijn pijlen op Carmine Polito (Jeremy Renner), de burgemeester van Camden, die van plan is om de casino’s in Atlantic City terug op te bouwen met de hulp van maffiageld en een schimmige Arabische investeerder. De valstrik die Di Masso, Irving en Sydney spannen wordt echter serieus gecompliceerd wanneer de maffia niet van plan blijkt zich zomaar met een kluitje in het riet te laten sturen, DiMasso ook verliefd wordt op Sydney en Rosalyn zich op haar beurt met de zaak komt moeien.

Door samen te werken met acteurs/actrices waarmee hij in het verleden al successen oogstte Bale, Cooper, Adams, Lawrence en een 'mystery guest cameo' die zelfs op de eindgeneriek niet vermeld staat) overheerst vooral het gevoel dat Russell zich gewoon eens goed wou amuseren en niet zozeer belangrijke cinema wou maken. De uitbundige wijze waarop hij de seventies terug tot leven laat komen, helpt hem alvast om zijn doel te bereiken. Wat in de eerste plaats een nagelbijtende spionagethriller zou kunnen zijn (aanvankelijk was Ben Affleck gekozen als regisseur, maar die gaf uiteindelijk de voorkeur aan andere projecten), is in de handen van Russell niets meer dan een bewust dik in de verf gezette komedie met freewheelende karikaturen als centrale personages. Onvergetelijke cinema levert “American Hustle” niet op (en ja, de tien Oscarnominaties zijn van de pot gerukt), maar het biedt genoeg amusante verstrooiing om twee uur en een kwartier snor te zitten op de funfactorschaal. En kom zeker op tijd, of je mist de ontmoeting met het meest weerbarstige haarstukje uit de Hollywoodgeschiedenis.

Alex De Rouck