Eddie The Eagle

Productiejaar: 
2016
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
30/03/2016
Verdeler: 
20th Century Fox
Speelduur: 
105 minuten
Filmgenre: 
Komedie
Regisseur: 
Dexter Fletcher
Producent: 
Matthew Vaughn
Adam Bohling
David Reid
Rupert Maconick
Valerie Van Galder
Director of Photography: 
George Richmond
Uitvoerend Producent: 
Zygi Kamasa
Scenarist: 
Sean Macaulay
Simon Kelton
Beeldmonteur: 
Martin Walsh
Productie Ontwerper: 
Mike Gunn
Kostuumontwerper: 
Annie Hardinge
Componist: 
Matthew Margeson
Hugh Jackman
/  
Coach Bronson Peary
Taron Egerton
/  
Michael 'Eddie' Edwards
Christopher Walken
/  
Warren Sharp
Jo Hartley
/  
Janette Edwards
Tim McInnerny
/  
Dustin Target
Keith Allen
/  
Terry Edwards
Iris Berban
Rune Temte
Jim Broadbent
/  
Commentator

13 februari 1988. Bill Medley en Jennifer Warnes hadden de tijd van hun leven en verjoegen T’Pau met 'China In Your Hand' van de bovenste plaats in de BRT Top 30. Cinefielen konden zich naar de bioscoop reppen voor “Stakeout”, “Wall Street” of “3 Men And A Baby”. Of - wie wat achterliep - voor “Fatal Atrraction”. En in Calgary in Canada gingen de  vijftiende Olympische Winterspelen van start. Spelen waar zevenenvijftig landen aan deelnamen en waar de Russen met het grootste deel van de prijzenpot naar huis gingen - negenentwintig medailles om precies te zijn. Vier meer dan Oost-Duitsland. Grootste sterren waren de Finse skispringer Matti Nykkänen en de Nederlandse schaatsster Yvonne van Gennip, die allebei drie gouden medailles op hun naam mochten schrijven. Het zijn ook de spelen waarop de Jamaicanen een bobsleeteam afvaardigen – wie daar meer wil over weten kan “Cool Runnings” nog eens opsnorren. En waarop de Brit Eddie ‘The Eagle’ Edwards als schansspringer in de arena treedt, er volgens alle voorspellingen laatste wordt maar met zijn sprong van 73 meter wel een Brits record weet te vestigen en uitgroeit tot publiekslieveling nummer 1. Iets dat nu niet meer zou kunnen: het Internationaal Olympisch Comité paste onmiddellijk na Calgary de regels aan zodat niet zomaar iedereen zich nog voor de Spelen kon kwalificeren.

Over die Eddie The Eagle gaat “Eddie The Eagle”. Logica, het zit soms in een klein hoekje. Een waarheidsgetrouwe biopic is het niet geworden. Wat Eddie heeft verwezenlijkt - zijn opvallend palmares dat het credo ‘deelnemen is belangrijker dan winnen’ nogal nadrukkelijk in de verf zet - is uiteraard van de partij, maar volgens Edwards is ruim 90% van de film pure fictie. Hij vertrok niet van huis naar Duitsland om te oefenen, maar bereidde zich vanuit Lake Placid in New York voor op de Olympische Spelen. En helemaal te gek: het personage van Hugh Jackman (een ex-Olympiër die Eddies coach wordt) is volledig fictief.

Zoutkorrels, ze zijn duidelijk in bulk aangekocht tijdens de productie van “Eddie The Eagle”. De film zat trouwens al een hele tijd in de pijplijn: Steve Coogan en Rupert Grint waren op een bepaald moment in de running om Edwards te vertolken. De eer viel uiteindelijk te beurt aan Taron Egerton (“Kingsman: The Secret Service”) die eruitziet als een morf tussen Ryan Philippe, Matt Damon en Leonardo DiCaprio. De man die er voor zorgde dat het verhaal van Eddie Edwards eindelijk verfilmd werd, was trouwens Matthew Vaughn, regisseur van “Kingsman”, die ditmaal als producent zijn stempel mag drukken.

De regisseur van “Eddie The Eagle” werd Dexter Fletcher. Die is vooral bekend als acteur: debuteren deed hij in 1976 in Alan Parkers “Bugsy Malone”, op volwassen leeftijd trad hij onder meer op in “The Rachel Papers”, “Lock, Stock And Two Smoking Barrels”, “Band Of Brothers” en “Kick-Ass”. “Eddie The Eagle” is zijn derde film als regisseur. Wonderen doet Fletcher niet: hij toont vooral dat hij het draaiboek van de min of meer voor de helft of nog wat minder op ware feiten gebaseerde feel good cinema goed heeft bestudeerd en het treffelijk beheerst. Fragmentarische structuur, lekker klinkende periodesoundtrack (ja, Van Halens 'Jump' is te horen), gezapige vertolkingen, geroskam van de underdog en eerder een interessant tijdsbeeld dan een bonafide meeslepend geheel. Zeker omdat er toch nogal wat manipulatief aan de mouw wordt getrokken, wetende dat de film meer leugens dan waarheden verkondigt. En ja, je kan daar negatief over doen: dat dit geen grote cinema is, en boerenbedrog is dat nauwelijks het kolensop waard is. Je kan er - zittend in een gemanipuleerde teletijdmachine - ook gewoon van genieten.

Aangezien zeuren en negatieve uitlaatgassen maar weinig positieve zoden aan de dijk brengen, dit advies van het huis: doe een Barabaske en party like it’s 1988. Oh ja, wat de muziek betreft: naast het handvol classics is gros van de nummers allemaal nieuw en worden ze vertolkt door eightiesiconen als OMD, Howard Jones, Nik Kershaw, Holly Johnson, Marc Almond en Tony Hadley. Wie zich de soundtrack aanschaft krijgt er nog nieuw werk van onder andere Kim Wilde, East 17 en Paul Young bij. 

Alex De Rouck