The Fighter

Productiejaar: 
2010
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
30/03/2011
Verdeler: 
K.F.D.
Speelduur: 
115 minuten
Filmgenre: 
Drama
Regisseur: 
David O. Russell
Producent: 
David Hoberman
Todd Lieberman
Ryan Kavanaugh
Mark Wahlberg
/  
'Irish' Mickey Ward
/  
Dicky Eklund
Amy Adams
/  
Charlene Fleming
Melissa Leo
/  
Alice Ward
Jack McGee
/  
George Ward
Mickey O'Keefe
/  
Zichzelf

Hollywood (en bij extensie de rest van Amerika en misschien zelfs de hele wijde wereld) houdt van underdogs. Zeker als ze van zero naar hero springen. Het is weer van dattum in “The Fighter”, het twaalvendertigste relaas waarin de Amerikaanse (sport)heldendroom centraal staat. Al is het hier niet allemaal pracht en praal: het op ware feiten gebaseerde verhaal van de boksende halfbroers Micky Ward en Dicky Edlund vertoont immers meer dan een weerhaak. Beiden groeiden op in een onconventioneel gezin in het gehucht Lowell in Massachusetts: alleen al hun zeven (!) zussen zijn angstaanjagend genoeg om Leatherface en zijn familie met diarree de nacht in te sturen.

Dicky begon met boksen in 1975 en kreeg in 1978 de bijnaam 'the pride of Lowell' nadat hij tijdens een kamp in Boston Sugar Ray Leonard het vuur aan de schenen kon leggen. Nog geen tien jaar later is er van een bokscarrière geen sprake meer: Dicky vecht zijn laatste kamp in 1985 en valt ten prooi aan een crackverslaving. In 1995 wordt die zelfs het onderwerp van de door HBO gedraaide documentaire “High on Crack Street: Lost Lives in Lowell”. Ironisch genoeg dacht Dicky toen dat de filmmakers het begin van zijn professionele comeback wilden filmen. En nog ironischer eindigde de documentaire met beelden van Dicky die tot een gevangenisstraf werd veroordeeld. Dicky’s halfbroer Micky begon in 1985 aan een professionele sportcarrière. Zijn moeder trad op als manager, Dicky als zijn persoonlijke trainer. Aanvankelijk ging het allemaal goed (Micky won zijn eerste veertien kampen), maar halverwege begon het mis te lopen. Dicky was (nog steeds onder invloed van crack) niet langer betrouwbaar als trainer, en de bemoeizucht van zijn familiale entourage werd Dicky teveel. Waarop hij op eigen houtje op zoek ging naar een nieuwe trainer, en dat was een beslissing die niet in goede aarde viel bij zijn moeder en halfbroer.

“The Fighter” volgt het verhaal van de broers vanaf het moment dat Micky een belangrijke wedstrijd verliest. We zien hoe de HBO-filmploeg in Lowell neerstrijkt voor de documentaire, en we ontdekken waarom Dicky tijdens de opnames daarvan werd gearresteerd. De nadruk van de film ligt op de carrière van Micky: de manier waarop hij zich weet te ontrukken aan zijn familie (maar er tegelijkertijd toch trouw wil aan blijven) en hoe hij uiteindelijk een gulden middenweg moet zien te vinden tussen zijn familie en zijn carrière als bokser, waar hij uiteindelijk in 2003 een streep zou onder trekken. Let wel: “The Fighter” is geen boksfilm pur sang. Uiteraard zijn er de nodige scènes in de ring, maar dit is geen film die een plaats ambieert in het rijtje van de tien beste boksfilms aller tijden. Een hitparade die hij trouwens niet haalt. “The Fighter” is evenzeer een schrijnend familieportret, en in die optiek is er niks mis met de keuze van David O. Russell als regisseur. Het is meteen de derde keer dat Russell en Mark Wahlberg samenwerken. Wahlberg, die de film mee produceerde liet in een vroeg stadium het scenario eveneenss aan Martin Scorsese lezen, maar die had geen zin om terug te keren naar het canvas. Ook Darren Aronofsky was een tijdje in de running, maar die gaf uiteindelijk op zijn beurt forfait, al staat hij nog als uitvoerend producent op de aftiteling.

Russell weet trouwens een ding of twee over dysfunctionele families. In zijn debuut “Spanking The Monkey” had hij het over een jongen die droomt van seks met zijn moeder. In “Flirting With Disaster” stuurde hij Ben Stiller op zoek naar zijn biologische ouders en in "I Heart Huckabees" stapelde hij zij dysfunctionele personages op met existentiële crisissen. Met ‘Three Kings’ bewees hij een grootschalig project in goede banen te kunnen leiden, al ging hij tijdens de opnames bijna op de vuist met George Clooney. Russell doet alvast zijn best om “The Fighter” minder afgelikt te laten overkomen: met een snuifje Dogmahandcamera bijvoorbeeld, of met lovenswaardige reconstructies van de bokswedstrijden, daarbij gebruikmakend van Beta-camera’s zoals die destijds werden gehanteerd voor de tv-opnames. Het finale gevecht van Micky is gebaseerd op de echte tv-beelden, het commentaar is dat van de originele commentatoren en de oorspronkelijke reportagecrew was bij de opnames aanwezig om alles zo getrouw mogelijk te reconstrueren. Russell filmde grotendeels op locatie in Lowell, en liet de rol van Mickey O’Keefe, Wards trainers, vertolken door O’Keefe zelf. Hetgeen de authenticiteit van de prent natuurlijk aanzienlijk ten goede komt.

“The Fighter” blijft in grote mate ook overeind door de cast. Melissa Leo (als Micky en Dicky’s moeder) en Christian Bale (als Dicky) kregen allebei een Oscar voor hun prestatie in de bijrolcategorie. Eigenlijk zijn de meer ingetogen Mark Wahlberg als Micky en Amy Adams als zijn steun en toeverlaat even sterk, zoniet sterker. Het is nu eenmaal moeilijker om een rol subtiel tot leven te laten komen, dan te kiezen voor wijdbeense overacting. Hetgeen Christian Bale hier volgens sommigen doet. Ongelijk kan je de criticasters niet geven, maar feit blijft dat je niet voorbij kan aan de tour de force van Bale die zijn uiterste best doet om er echt uit te zien als een uitgemergelde drugsverslaafde. En daar ook met vlag en wimpel in slaagt.

Alex De Rouck