Joker

Productiejaar: 
2019
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
02/10/2019
Verdeler: 
Warner Bros
Speelduur: 
122 minuten
Filmgenre: 
Drama
Thriller
Regisseur: 
Todd Phillips
Producent: 
Todd Phillips
Bradley Cooper
Emma Tillinger Koskoff
Director of Photography: 
Lawrence Sher
Scenarist: 
Scott Silver
Todd Phillips
Beeldmonteur: 
Jeff Groth
Productie Ontwerper: 
Mark Friedberg
Kostuumontwerper: 
Mark Bridges
Componist: 
Hildur Gudnadottir
Joaquin Phoenix
/  
Arthur Fleck
/  
Murray Franklin
Zazie Beetz
/  
Sophie Dumond
Frances Conroy
/  
Penny Fleck
Marc Maron
/  
Ted Marco
Douglas Hodge
/  
Alfred Pennyworth
Dante Pereira-Olsen
/  
Jonge Bruce Wayne
Bill Camp
/  
Politieman in Gotham City
Brett Cullen
/  
Thomas Wayne
Glenn Fehler
/  
Komiek
Shea Whigham
/  
Politieman in Gotham City
Bryan Callen
/  
Stripper
Brian Tyree Henry
/  
Klerk
Jolie Chan
/  
Straatwerker

Wat krijg je als een superschurk uit zijn comicuniversum haalt, de superheld tot een voetnoot herleidt en de wandaden van de superschurk vanuit zijn fictief universum kadert in een wereld die nogal wat gelijkenissen vertoont met het reilen en zeilen in de echte wereld? “Joker” dus. Een comicfilm die zijn uiterste best doet om dat niet te zijn, maar die tegelijkertijd lang niet alle herkenningspunten overboord gooit zodat de doelgroep zich niet al te unheimlich zou voelen. Wat je ook krijgt: een regisseur die zijn film slimmer vindt dan hij in werkelijkheid is. Het feit dat Joker de Gouden Leeuw won op het recente festival van Venetië en alle arthousefavorieten het nakijken gaf, zal daar alvast weinig aan veranderen.

Regisseur/initiatiefnemer van Joker is Todd Phillips, de man van “The Hangover” en andere (on)gein. Voor hem is deze film dus zeker een grote stap voorwaarts. Maar het is geen gigantische sprong voor de zevende kunst. Phillips was al een paar keer gevraagd om een stripverfilming te regisseren, maar dat vond hij niet boeiend genoeg. Vandaar zijn idee om de comic links te laten liggen, en de elementen die werken in een (bijna) comicloze omgeving neer te poten. Eens hij Joaquin Phoenix had gecast in de titelrol van psychopathische titelschurk, viel zijn project netjes in de plooi. Phoenix kan zijn gebruikelijke methodisch acteren nu ook eens in de mainstreamschaal gooien. Het is nu niet precies alsof Daniel Day-Lewis in het “Star Wars”-universum opduikt, maar het scheelt niet veel. Phoenix maakt zich de manierismen van de gekwelde clown voor de volle tweehonderd procent eigen, weliswaar wat geholpen door method body acting: je kan zijn ribben letterlijk tellen als hij in zijn bloot bovenlijf getormenteerd zit te wezen.

De joker van dienst krijgt het origineverhaal mee van Arthur Fleck. Ja, de man heeft psychologische problemen. Misbruikt als kind, nooit vaderliefde gekend, woont als dertiger nog samen met zijn moeder die een verleden heeft in de psychiatrie, zelf was hij ook al geïnterneerd en hij heeft dan ook nog eens een aandoening die hem op eender welk moment met een enerverende lachbui kan opzadelen. Niet echt iemand die zich vlot in de maatschappij integreert dus. Hij komt aan de kost als animeerclown op allerlei gelegenheden, en droomt in stilte van een carrière als stand-upkomiek. Wanneer Fleck het slachtoffer wordt van zinloos geweld in een wereld die rondom hem steeds groteskere proporties aanneemt, slaan zijn stoppen langzaam door. Hij komt in het bezit van een pistool en trekt - aanvankelijk eerder toevallig - op het wrekerspad terwijl de stemmen in zijn hoofd steeds meer de bovenhand nemen.

Aan een vaak flagrante gelijkenis met Martin Scorseses “Taxi Driver” valt niet echt te ontsnappen. Phillips geeft zijn eresaluut bovendien ruiterlijk toe. Net als Fleck was ook Travis Bickle een eenzaat die meer niet dan wel wist te integreren in de echte wereld en pas door naar bruut geweld te grijpen in een rol als wraakengel ontdekte wie hij eigenlijk was. Omdat Robert De Niro een cruciale bijrol speelt in Joker en omdat Scorsese een tijdje productioneel aan de prent verbonden was, is het nog gemakkelijker om de link met “Taxi Driver” te leggen. Ook de vergelijkende snelweg met Scorseses “The King Of Comedy” ligt wagenwijd open: daar was De Niro die zich stalkerig spiegelde aan komiek Jerry Lewis, hier is het Phoenix die in de gratie van talkshowhost De Niro wil komen.  Phillips’ keuze om Joker in 1981 te laten afspelen is ook niet toevallig: het was het jaar waarin Ronald Reagan werd neergeschoten door een labiele stalker met een fetisj voor Jodie Foster - nog een link met “Taxi Driver”. Die tijdlijnkeuze geeft Phillips’ in elk geval de kans om te excelleren in het reconstrueren van een groezelig graffiti New York/Gotham City waarin billboards voor pornofilms meer regel dan uitzondering waren.

Phillips wil veel: een comicbookverfilming tot zijn naakte essentie herleiden, de gevaarlijke tijd van toen spiegelen aan de nog gevaarlijker tijd van nu, aandacht leggen op psychopathische schietgrage loners die vaak quasi ongestoord hun gang kunnen gaan, een bruggetje maken naar ongehoorzaamheid predikende en balorig agerende burgerbewegingen die op de barricaden springen tegen de gevestigde waarden … veel punten die Phillips wil aanscherpen. Helaas breekt de potloodpunt nog al eens af. Neem Phoenix’ vertolking weg en je krijgt een film die eerder ter plaatse trappelt dan echt excelleert. Ergens in de contouren van Joker’s radarwerk zit wis en waarachtig een tijdbom van een film verscholen, maar ontploffen doet die niet.

Ja, je kan geschokt zijn door Flecks finale daad, maar filmisch of verhaaltechnisch is die daad in de eerste plaats voorspelbaar en alles behalve verrassend. Phillips grootste verdienste is misschien wel dat hij je bij tijd en wijlen laat vergeten dat je naar een film met comicbookroots zit te kijken. Maar hij komt maar tot aan de hielen van de films die hij eert. En alle maatschappelijke relevantie die hij discussiematig naar de oppervlakte stuwt … ’t glijdt toch een beetje verloren als tranen in de regen. Teveel moker, te weinig subtiliteit. Andersom was beter geweest. 

Alex De Rouck