Midsommar

Productiejaar: 
2019
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
31/07/2019
Verdeler: 
K.F.D.
Speelduur: 
147 minuten
Filmgenre: 
Drama
Horror
Thriller
Regisseur: 
Ari Aster
Producent: 
Lars Knudsen
Patrik Andersson
Director of Photography: 
Pawel Pogorzelski
Uitvoerend Producent: 
Pelle Nilsson
Fredrik Heinig
Philip Westgren
Thomas Benski
Ben Rimmer
Beeldmonteur: 
Lucian Johnston
Productie Ontwerper: 
Henrik Svensson
Kostuumontwerper: 
Andrea Flesch
Componist: 
Bobby Krlic
Florence Pugh
/  
Dani
Jack Reynor
/  
Christian
Will Poulter
/  
Mark
William Jackson Harper
/  
Josh
Vilhelm Blomgran
/  
Pelle
Archie Madekwe
/  
Simon
Ellora Torchia
/  
Connie
Isabelle Grill
/  
Maja
Hampus Hallberg
/  
Ingemar
Gunnel Fred
/  
Siv
Lars Väringer
/  
Sten
Henrik Norlén
/  
Ulf
Anders Beckman
/  
Arne
Julia Ragnarsson
/  
Inga
Anki Larsson
/  
Irma

2019 is een gezegend cinemajaar voor de fetisjisten van meerwaardehorror. Met dank aan de flink gehypte tweede films van zowel Jordan Peele als Ari Aster. Peele leverde met “Us” een slasher af die tegelijk een maatschappijkritische parabel was die sociale en raciale ongelijkheid aan de kaak stelde. En Aster draaide met “Midsommar” een dikke knipoogfilm naar “The Wicker Man”, die ook dienst doet als een metafysische kroniek van een aangekondigde relatiebreuk. Al lezen sommigen het ook als een psalmenboek over religieus ontwaken. Anderen zien het als een benevelde tripfilm. Nog anderen scherpen dan weer de pennen onder het mom van een Bergmansiaanse karakterontleding waarover zelfs in putteke midwinteur het laatste woord nog niet is gezegd en geschreven. Veel hooi op de vork dus van Aster, wat de kans meteen ook meer dan reëel maakt dat het einde van “Midsommar” voor sommigen synoniem zal staan voor eindelijk, zeker omdat Aster zijn film pas na 147 minuten laat afklokken.

Asters debuut “Hereditary” was al geen gemakkelijke zit, en met “Midsommar” gaat de cineast nog resoluter voor de stijlkenmerken van trage cinema met langaangehouden beeldcomposities. ’t Zal zijn ding zijn. Ook zijn ding: bloederige gruweleffecten niet constant over het scherm smeren, maar ze opsparen voor een paar ‘bam, in de smoel’-intermezzo’s die bij de connaisseurs vergelijkingen oproepen met de betere shocks uit de gloriejaren van Dario Argento. Al zijn de vergelijkingspijlen ditmaal toch vooral gericht op de beeldenstormerij van Ken Russell. En op Robin Hardy’s “The Wicker Man” dus.

Vier Amerikaanse studenten trekken in het gezelschap van een jonge Zweed naar diens heimat. Geen bruisende metropool, maar afgelegen lappen weidelanden waar iedereen zich midzomergewijs in witte gewaden tooit om hun zonnegoden en voorvaderen te eren. Interessant voer voor hun thesis antropologie. Die witte gewaden zijn geenszins het topje van de smorgasbordberg: traag maar zeker maakt Aster duidelijk dat de gekke Zweden de studenten enkel maar hebben uitgenodigd om hen te offerslachtofferen tijdens de festiviteiten.

Die verhaallijn sluiert zich rond de centrale verhaalas van Dani (een alweer overtuigende Florence Pugh) en haar vriend Christian (Jack Reynor). Al vier jaar samen, maar aan de vooravond van een relationele crisis die al lang aan het sluimeren was. Ook de dood van Dani’s ouders - netjes toegelicht in de proloog van “Midsommar” - hangt als een Damocleszwaard boven de verstandhouding tussen de twee tijdens hun verblijf op Summerisle … excuus, op Harga.

De correlatie tussen wat in essentie een rechtelijnshorrorfilm is en de psychologische enigma’s die Aster in zijn film stopt werkt niet altijd. Dani’s personage is interessanter dan dat van Christian, en die ongelijkheid in de karakteriële betrokkenheid krijgt Aster niet weg. Het zorgt er zelfs voor dat zijn slotakkoord eerder voorspelbaar dan schokkend is. Dat Aster zijn tijd neemt om zijn folkloristische horror te laten chambreren blijkt ook een tweesnijdend zwaard: hier en daar kon alles zeker wat kordater, langs de andere kant dwingt zijn oog voor detail respect af. Dat de grens tussen pretentie en daadkracht dun is bij Aster is na zijn twee films in elk geval duidelijk. Dat de man een oog heeft voor cinematografisch meesterschap ook. Stanley Kubrick zou zich ongetwijfeld als fan hebben geout van ’s mans oeuvre dusver.

Alex De Rouck