Toy Story 4

Productiejaar: 
2019
Categorie: 
Langspeelfilm
Releasedatum: 
26/06/2019
Verdeler: 
Walt Disney Studios Motion Pictures
Speelduur: 
100 minuten
Filmgenre: 
Animatie
Komedie
Regisseur: 
Josh Cooley
Producent: 
Mark Nielsen
Jonas Rivera
Director of Photography: 
Patrick Lin
Jean-Claude Kalache
Uitvoerend Producent: 
Andrew Stanton
Lee Unkrich
Pete Docter
Scenarist: 
Andrew Stanton
Stephany Folsom
Beeldmonteur: 
Axel Geddes
Productie Ontwerper: 
Bob Pauley
Componist: 
Randy Newman
/  
Duke Caboom (stem)
/  
Woody (stem)
Tim Allen
/  
Buzz (stem)
Annie Potts
/  
Bo Peep (stem)
Tony Hale
/  
Forky (stem)
Keegan Michael-Key
/  
Ducky (stem)
Christina Hendricks
/  
Gabby Gabby (stem)
Jordan Peele
/  
Bunny (stem)
Ally Maki
/  
Giggle McDimples (stem)

Wat een mooie wereld is het toch (… pauze voor effect …). Lyrisch zijn over een film die met gemak de minst goede is uit een reeks … het is niet altijd voor de hand liggend om de in azijnzuur gewette sabels, in pekelharing ondergedompelde degens of met schimmelaminozuren besprenkelde floretten achter slot en grendel te houden. Maar kijk, de ene Crystal Skull is duidelijk de andere niet. “Toy Story 4” is op zich overbodig na het met een traan afgerond oerknalmooie drieluik, maar tegelijkertijd is het een film die honderd minuten lang een glim op je lach pleistert. Negativisme? Vade retro, satanische hellebaarden.

Bij Pixar beweren ze trouwens dat “Toy Story 4” er niet enkel is gekomen uit kassa kassa-overwegingen, maar ook op vraag van veel fans. Ja ja, ben je dan geneigd te denken, maar fair is fair … de impact van Woody, Buzz en de andere levende speeltjes uit het Pixaruniversum is niet te onderschatten. Zeker niet omdat de eerste drie “Toy Story’s” bonafide meesterwerken waren. En nog steeds zijn: enkel de animatie van de eerste vertoont tekenen van de tand des tijds. Op het vlak van verhaal, karakters en innovatie ogen ze nog even fris als toen ze uit de couveuse rolden.

Het eveneens fabelachtig geanimeerde “Toy Story 4” voelt wat gekunstelder aan. Er is een proloogkunstgreep nodig om een link te leggen met eerdere gebeurtenissen, en wat volgt is niet zozeer nieuw, maar eerder een variante op het bekend stramien. Zozeer zelfs dat Pixar dat zelf meta in de verf kan zetten. Op de vraag waar Woody is, antwoordt Ham dat die waarschijnlijk terug van een rijdende auto is gesprongen. Iets dat Woody inderdaad stelselmatig in alle “Toy Story’s” dusver deed.

Vernieuwen doet “Toy Story” niet, bestendigen des te meer. Met een plot die na een ietwat sputterende start toch mooi in de plooien valt. Woody doet er alles aan om zijn kind Bonnie te behagen: haar stiekem vergezellen naar de instapdag voor de kleuterschool bijvoorbeeld is voor hem de evidentie zelve. Dat vergezellen blijkt de startknop te zijn voor een verhaal waarin een door Bonnie gemaakte speelgoedvork direct een existentiële identiteitscrisis krijgt. De vork wil niets weten van Bonnie, aan Woody de taak om de vork te overtuigen dat hij heel belangrijk is in het leven van de peuter. Wat volgt is een roadtripavontuur dat zich bijna integraal afspeelt in een kermisomgeving. En in een aanpalende antiekwinkel waar Woody zijn verloren gewaande – en feministisch gepimpte – beau Bo Peep terugvindt. Mix daar nog wat nieuwe karakters met een hoog comic relief bij en je zit gebeiteld voor een soort remix van de greatest hits uit de vorige “Toy Story’s”. Nogmaals: geen kritiek, louter een vaststelling. Probeer trouwens maar eens negatief te zijn over een film waarin een laconieke Keanu Reeves in de stemhuid mag kruipen van de Canadese motorstuntman Duke Caboom. Instant zaligheid, dat is het.

En of er nog een “Toy Story 5” komt of moet komen … de tijd zal het uitwijzen. Dat de afweging tussen financieel succes, economisch gewin, brieven uit het heilig merchandisingevangelie en de vraag van het publiek zal worden gemaakt lijkt onkruidwiedes. Want ook al eindigt “Toy Story 4” net als de voorganger netjes afsluitend, de deur staat tegelijkertijd toch op een vrij grote kier voor nog een nieuw avontuur van die dekselse speelgoedvriendjes. Zolang alles maar netjes in het kwalitatieve keurslijf blijft … laat maar rollen. En indien niet … we’ll always have dit kwartet met de horizonuitwaaiendmooie nummer vier. To infinity, en nog net dat stukje verder. 

Alex De Rouck